BWBR0006568
Geldig vanaf 2012-12-13
Artikel 2
Regeling opsporingsbijstand Koninklijke marechaussee
1. In gevallen als bedoeld in artikel 1worden niet meer dan drie van de in artikel 1genoemde militairen aangewezen, steeds voor de duur van een met name genoemd onderzoek.
2. Van elke aanwijzing op grond van deze regeling stelt de procureur-generaal, de Minister van Justitie en Veiligheid onverwijld in kennis. De commandant van het Wapen der Koninklijke marechaussee stelt de Minister van Defensie van elke aanwijzing onverwijld in kennis.
3. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kunnen meer dan drie van de in artikel 1genoemde militairen aangewezen worden indien daartoe voorafgaande toestemming is gegeven door de Minister van Justitie en Veiligheid in overeenstemming met de Minister van Defensie.
2. Van elke aanwijzing op grond van deze regeling stelt de procureur-generaal, de Minister van Justitie en Veiligheid onverwijld in kennis. De commandant van het Wapen der Koninklijke marechaussee stelt de Minister van Defensie van elke aanwijzing onverwijld in kennis.
3. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kunnen meer dan drie van de in artikel 1genoemde militairen aangewezen worden indien daartoe voorafgaande toestemming is gegeven door de Minister van Justitie en Veiligheid in overeenstemming met de Minister van Defensie.