BWBR0006568
Geldig vanaf 01-01-2023
Artikel 2
Regeling opsporingsbijstand Koninklijke marechaussee
1. In gevallen als bedoeld in artikel 1 worden niet meer dan drie van de in artikel 1 genoemde militairen aangewezen, steeds voor de duur van een met name genoemd onderzoek.
2. Van elke aanwijzing op grond van deze regeling stelt de procureur-generaal, de Minister van Justitie en Veiligheid onverwijld in kennis. De commandant van het Wapen der Koninklijke marechaussee stelt de Minister van Defensie van elke aanwijzing onverwijld in kennis.
3. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kunnen meer dan drie van de in artikel 1 genoemde militairen aangewezen worden indien daartoe voorafgaande toestemming is gegeven door de Minister van Justitie en Veiligheid in overeenstemming met de Minister van Defensie.
2. Van elke aanwijzing op grond van deze regeling stelt de procureur-generaal, de Minister van Justitie en Veiligheid onverwijld in kennis. De commandant van het Wapen der Koninklijke marechaussee stelt de Minister van Defensie van elke aanwijzing onverwijld in kennis.
3. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kunnen meer dan drie van de in artikel 1 genoemde militairen aangewezen worden indien daartoe voorafgaande toestemming is gegeven door de Minister van Justitie en Veiligheid in overeenstemming met de Minister van Defensie.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0006568
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl