BWBR0006568
Geldig vanaf 2012-12-13
Artikel 1
Regeling opsporingsbijstand Koninklijke marechaussee
1. Indien de Minister van Justitie en Veiligheid, in overeenstemming met de Minister van Defensie, bepaalt dat op het verzoek van het gezag, bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de Politiewet 2012, bijstand wordt verleend, wordt door de officieren, onderofficieren en de door de Minister van Justitie en Veiligheid, in overeenstemming met de Minister van Defensie, aangewezen andere militairen van de Koninklijke marechaussee bijstand verleend aan de politie voor het gezamenlijk optreden met de politie ter opsporing van strafbare feiten.
2. De procureur-generaal heeft het mandaat, in overeenstemming met de commandant van het Wapen der Koninklijke marechaussee, daartoe personen als bedoeld in het eerste lid aan te wijzen.
2. De procureur-generaal heeft het mandaat, in overeenstemming met de commandant van het Wapen der Koninklijke marechaussee, daartoe personen als bedoeld in het eerste lid aan te wijzen.