BWBR0006548
Geldig vanaf 1994-07-09
Artikel 8
Wet op de openluchtrecreatie
1. Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders een kampeerterrein te houden.
2. Van het verbod, bedoeld in het eerste lid, kunnen burgemeester en wethouders vrijstelling of ontheffing verlenen voor:
a. het houden van de kampeerterrein voor ten hoogste tien kampeermiddelen;
b. het houden van een kampeerterrein door een organisatie met een doelstelling van sociale, culturele, educatieve of wetenschappelijke aard ten behoeve van eigen doeleinden of
c. het houden van een natuurkampeerterrein dat voldoet aan door Onze Minister gestelde regelen.
3. In afwijking van het tweede lid, onderdeel a, kunnen burgemeester en wethouders voor ten hoogste de periode van 15 maart tot en met 31 oktober in elk kalenderjaar, het aantal toe te laten kampeermiddelen verhogen tot ten hoogste vijftien.
4. De regelen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, hebben in ieder geval betrekking op het soort en het aantal toe te laten kampeermiddelen, de periode gedurende welke deze kampeermiddelen op het terrein aanwezig mogen zijn, alsmede op de inrichting en het gebruik van het kampeerterrein.
2. Van het verbod, bedoeld in het eerste lid, kunnen burgemeester en wethouders vrijstelling of ontheffing verlenen voor:
a. het houden van de kampeerterrein voor ten hoogste tien kampeermiddelen;
b. het houden van een kampeerterrein door een organisatie met een doelstelling van sociale, culturele, educatieve of wetenschappelijke aard ten behoeve van eigen doeleinden of
c. het houden van een natuurkampeerterrein dat voldoet aan door Onze Minister gestelde regelen.
3. In afwijking van het tweede lid, onderdeel a, kunnen burgemeester en wethouders voor ten hoogste de periode van 15 maart tot en met 31 oktober in elk kalenderjaar, het aantal toe te laten kampeermiddelen verhogen tot ten hoogste vijftien.
4. De regelen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, hebben in ieder geval betrekking op het soort en het aantal toe te laten kampeermiddelen, de periode gedurende welke deze kampeermiddelen op het terrein aanwezig mogen zijn, alsmede op de inrichting en het gebruik van het kampeerterrein.