BWBR0006548
Geldig vanaf 1994-07-09
Artikel 31
Wet op de openluchtrecreatie
1. Burgemeester en wethouders kennen een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe aan en op verzoek van:
a. de houder van een kampeerterrein, indien deze schade lijdt of zal lijden als gevolg van een besluit tot wijziging of intrekking van een vrijstelling, vergunning of ontheffing of de aan een vrijstelling, vergunning of ontheffing verbonden voorschriften;
b. de aanvrager van een vergunning of ontheffing indien deze schade lijdt of zal lijden als gevolg van een besluit tot weigering van de vergunning of ontheffing of de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften.
2. Een schadevergoeding als bedoeld in het eerste lid, wordt slechts verleend, indien de schade redelijkerwijs niet of niet geheel ten laste behoort te blijven van degene die de schade lijdt of zal lijden en de vergoeding niet of niet voldoende door aankoop, onteigening of anderszins is verzekerd.
a. de houder van een kampeerterrein, indien deze schade lijdt of zal lijden als gevolg van een besluit tot wijziging of intrekking van een vrijstelling, vergunning of ontheffing of de aan een vrijstelling, vergunning of ontheffing verbonden voorschriften;
b. de aanvrager van een vergunning of ontheffing indien deze schade lijdt of zal lijden als gevolg van een besluit tot weigering van de vergunning of ontheffing of de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften.
2. Een schadevergoeding als bedoeld in het eerste lid, wordt slechts verleend, indien de schade redelijkerwijs niet of niet geheel ten laste behoort te blijven van degene die de schade lijdt of zal lijden en de vergoeding niet of niet voldoende door aankoop, onteigening of anderszins is verzekerd.