BWBR0006520
Geldig vanaf 1994-04-01
Artikel 7
Besluit vergoeding verplaatsingskosten politie
1. De tegemoetkoming in verhuiskosten kan slechts bestaan uit:
a. een bedrag voor de kosten van transport van de bagage en van de inboedel van de betrokkene en zijn gezinsleden naar de nieuwe woning, waaronder begrepen de kosten van het in- en uitpakken van breekbare zaken;
b. een bedrag voor dubbele woonkosten;
c. een bedrag voor alle andere direct uit de verhuizing voortvloeiende kosten.
2. Onze Minister stelt regels ten aanzien van de uitvoering van het eerste lid, onderdelen aen b, alsmede ten aanzien van de berekening van de daarin bedoelde bedragen.
3. Indien de betrokkene op de dag van de verhuizing een eigen huishouding voert, wordt het bedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, voor zover bij of krachtens dit artikelniet anders is bepaald, gesteld op een tegemoetkoming van 3% van de berekeningsbasis voor ieder woon- of slaapvertrek, tot een maximum van vier van deze vertrekken die de achtergelaten woning telt, met dien verstande dat het bedrag een nader door Onze Minister vast te stellen bedrag niet mag overschrijden.
4. Indien het betreft een verhuizing van een gezin waarin de echtgenoten, geregistreerde partners of levenspartners beiden betrokkene zijn en afzonderlijk de opdracht hebben om te verhuizen of zijn verplaatst, wordt het bedrag, bedoeld in het derde lid, berekend over de gezamenlijke berekeningsbasis.
5. Indien het betreft een verhuizing als gevolg van een verplaatsing van de betrokkene naar of in een buiten Nederland gelegen gebied, wordt voor de toepassing van het derde lid de berekeningsbasis vermeerderd met een eventueel bedrag wegens verblijf buiten Nederland dat de betrokkene is of zal worden toegekend.
6. Indien de betrokkene geen eigen huishouding voert, wordt geen tegemoetkoming als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, verleend. Indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, kan voor deze kosten niettemin een tegemoetkoming worden verleend van 3% van de berekeningsbasis.
7. Indien aan de betrokkene door het bevoegd gezag tevoren is medegedeeld dat de verplaatsing maximaal twee jaar zal duren, bestaat slechts aanspraak op vergoeding van transportkosten van de bagage. Voorts kan, indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, een tegemoetkoming als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, worden verleend van 3% van de berekeningsbasis.
8. De betrokkene bedoeld in artikel 3, die voor het eerst bij een regionaal politiekorps, het Korps landelijke politiediensten danwel een organisatie-onderdeel van de bijzondere ambtenaren van politie in dienst treedt, kan slechts in aanmerking worden gebracht voor een tegemoetkoming in verhuiskosten gelijk aan de helft van de tegemoetkoming die op grond van het eerste tot en met zevende lid zou zijn toegekend.
a. een bedrag voor de kosten van transport van de bagage en van de inboedel van de betrokkene en zijn gezinsleden naar de nieuwe woning, waaronder begrepen de kosten van het in- en uitpakken van breekbare zaken;
b. een bedrag voor dubbele woonkosten;
c. een bedrag voor alle andere direct uit de verhuizing voortvloeiende kosten.
2. Onze Minister stelt regels ten aanzien van de uitvoering van het eerste lid, onderdelen aen b, alsmede ten aanzien van de berekening van de daarin bedoelde bedragen.
3. Indien de betrokkene op de dag van de verhuizing een eigen huishouding voert, wordt het bedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, voor zover bij of krachtens dit artikelniet anders is bepaald, gesteld op een tegemoetkoming van 3% van de berekeningsbasis voor ieder woon- of slaapvertrek, tot een maximum van vier van deze vertrekken die de achtergelaten woning telt, met dien verstande dat het bedrag een nader door Onze Minister vast te stellen bedrag niet mag overschrijden.
4. Indien het betreft een verhuizing van een gezin waarin de echtgenoten, geregistreerde partners of levenspartners beiden betrokkene zijn en afzonderlijk de opdracht hebben om te verhuizen of zijn verplaatst, wordt het bedrag, bedoeld in het derde lid, berekend over de gezamenlijke berekeningsbasis.
5. Indien het betreft een verhuizing als gevolg van een verplaatsing van de betrokkene naar of in een buiten Nederland gelegen gebied, wordt voor de toepassing van het derde lid de berekeningsbasis vermeerderd met een eventueel bedrag wegens verblijf buiten Nederland dat de betrokkene is of zal worden toegekend.
6. Indien de betrokkene geen eigen huishouding voert, wordt geen tegemoetkoming als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, verleend. Indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, kan voor deze kosten niettemin een tegemoetkoming worden verleend van 3% van de berekeningsbasis.
7. Indien aan de betrokkene door het bevoegd gezag tevoren is medegedeeld dat de verplaatsing maximaal twee jaar zal duren, bestaat slechts aanspraak op vergoeding van transportkosten van de bagage. Voorts kan, indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, een tegemoetkoming als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, worden verleend van 3% van de berekeningsbasis.
8. De betrokkene bedoeld in artikel 3, die voor het eerst bij een regionaal politiekorps, het Korps landelijke politiediensten danwel een organisatie-onderdeel van de bijzondere ambtenaren van politie in dienst treedt, kan slechts in aanmerking worden gebracht voor een tegemoetkoming in verhuiskosten gelijk aan de helft van de tegemoetkoming die op grond van het eerste tot en met zevende lid zou zijn toegekend.