BWBR0006520
Geldig vanaf 1994-04-01
Artikel 3
Besluit vergoeding verplaatsingskosten politie
1. De betrokkene die in verband met een verplaatsing of indiensttreding in opdracht van het bevoegd gezag is verhuisd en een woning in het werkgebied heeft betrokken, wordt een tegemoetkoming in de verhuiskosten verleend.
2. De betrokkene die in verband met een verplaatsing of indiensttreding in opdracht van het bevoegd gezag is verhuisd en een woning buiten het werkgebied heeft betrokken, wordt een tegemoetkoming in de verhuiskosten verleend, indien het bevoegd gezag vooraf heeft vastgesteld dat met de verhuizing aan de opdracht om naar de nabijheid van het werkgebied te verhuizen, is voldaan.
3. De betrokkene die zonder dat daartoe opdracht is verleend door het bevoegd gezag in verband met een verplaatsing is verhuisd, wordt een tegemoetkoming in de verhuiskosten verleend, indien hij zich binnen een afstand van 25 kilometer van het werkgebied heeft gevestigd en de afstand tussen de oude woning en de plaats van tewerkstelling dan wel de hoofdplaats van tewerkstelling ten minste 50 kilometer bedraagt.
4. De betrokkene die in verband met een indiensttreding is verhuisd en aan wie binnen twee jaren na de verhuizing ontslag op aanvraag wordt verleend of die ten gevolge van aan hem te wijten feiten of omstandigheden binnen twee jaren wordt ontslagen, dient de hem toegekende tegemoetkoming in verhuiskosten terug te betalen. Overgang binnen een maand naar een andere functie binnen de politie wordt niet als een ontslag op aanvraag beschouwd, tenzij de betrokkene als gevolg van die overgang opnieuw moet verhuizen met aanspraak op tegemoetkoming in de verhuiskosten.
5. De tegemoetkoming in de verhuiskosten wordt aan de betrokkene die in verband met een indiensttreding dient te verhuizen of de betrokkene, bedoeld in het derde lid, slechts verleend, indien hij schriftelijk heeft verklaard dat een verplichting tot terugbetalen als bedoeld in het vierde lid hem bekend is.
2. De betrokkene die in verband met een verplaatsing of indiensttreding in opdracht van het bevoegd gezag is verhuisd en een woning buiten het werkgebied heeft betrokken, wordt een tegemoetkoming in de verhuiskosten verleend, indien het bevoegd gezag vooraf heeft vastgesteld dat met de verhuizing aan de opdracht om naar de nabijheid van het werkgebied te verhuizen, is voldaan.
3. De betrokkene die zonder dat daartoe opdracht is verleend door het bevoegd gezag in verband met een verplaatsing is verhuisd, wordt een tegemoetkoming in de verhuiskosten verleend, indien hij zich binnen een afstand van 25 kilometer van het werkgebied heeft gevestigd en de afstand tussen de oude woning en de plaats van tewerkstelling dan wel de hoofdplaats van tewerkstelling ten minste 50 kilometer bedraagt.
4. De betrokkene die in verband met een indiensttreding is verhuisd en aan wie binnen twee jaren na de verhuizing ontslag op aanvraag wordt verleend of die ten gevolge van aan hem te wijten feiten of omstandigheden binnen twee jaren wordt ontslagen, dient de hem toegekende tegemoetkoming in verhuiskosten terug te betalen. Overgang binnen een maand naar een andere functie binnen de politie wordt niet als een ontslag op aanvraag beschouwd, tenzij de betrokkene als gevolg van die overgang opnieuw moet verhuizen met aanspraak op tegemoetkoming in de verhuiskosten.
5. De tegemoetkoming in de verhuiskosten wordt aan de betrokkene die in verband met een indiensttreding dient te verhuizen of de betrokkene, bedoeld in het derde lid, slechts verleend, indien hij schriftelijk heeft verklaard dat een verplichting tot terugbetalen als bedoeld in het vierde lid hem bekend is.