BWBR0006516
Geldig vanaf 2022-09-01
Artikel 2b
Besluit algemene rechtspositie politie
1. Indien betrokkene direct voorafgaand aan de aanstelling nog geen ambtenaar in de zin van dit besluit was en hij krachtens de <a href="/wet/BWBR0031788/artikel/28" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 28, eerste en derde lid</a>, <a href="/wet/BWBR0031788/artikel/38" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">38, tweede lid</a>, <a href="/wet/BWBR0031788/artikel/42" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">42, vierde lid</a>, <a href="/wet/BWBR0031788/artikel/45" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 45, tweede lid</a>, en <a href="/wet/BWBR0031788/artikel/76" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">76, eerste lid, van de Politiewet 2012</a>bij koninklijk besluit wordt benoemd, kan op zijn aanvraag aanstelling plaatsvinden in tijdelijke dienst voor bepaalde tijd waarbij dit besluit gedeeltelijk, of andere algemene maatregelen van bestuur als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0031788/artikel/47" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 47, eerste lid, van de Politiewet 2012</a>, die specifiek betrekking hebben op ambtenaren in de zin van dit besluit, geheel of gedeeltelijk, buiten toepassing kunnen worden verklaard. Na benoeming wordt aan de ondernemingsraad gemotiveerd aangegeven dat bij het werven zowel de interne als de externe arbeidsmarkt in ogenschouw is genomen.
2. Onverminderd het eerste lid, bedraagt de aanspraak op vakantie ten minste 144 uur per kalenderjaar bij een volledige betrekking en naar evenredigheid bij een andere betrekkingsomvang.
3. De aanstelling in tijdelijke dienst, bedoeld in het eerste lid, geschiedt voor een periode van ten hoogste zeven jaar.
4. Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent het eerste lid.
2. Onverminderd het eerste lid, bedraagt de aanspraak op vakantie ten minste 144 uur per kalenderjaar bij een volledige betrekking en naar evenredigheid bij een andere betrekkingsomvang.
3. De aanstelling in tijdelijke dienst, bedoeld in het eerste lid, geschiedt voor een periode van ten hoogste zeven jaar.
4. Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent het eerste lid.