BWBR0006516
Geldig vanaf 2022-09-01
Artikel 10
Besluit algemene rechtspositie politie
1. De ambtenaar ontvangt, zo mogelijk voor indiensttreding, een akte van aanstelling waarin in elk geval worden vermeld:
a. de naam, de voornamen en de geboortedatum van de ambtenaar;
b. of de aanstelling geschiedt in vaste of in tijdelijke dienst al dan niet met een proeftijd en de duur van de eventuele proeftijd, waarbij, indien de aanstelling geschiedt in tijdelijke dienst, bovendien in de akte wordt vermeld of de aanstelling geschiedt voor bepaalde tijd en, zo ja, voor hoe lang - of voor onbepaalde tijd en de toepasselijke grond voor aanstelling in tijdelijke dienst;
c. of de aanstelling geschiedt als: 1°. aspirant;
2°. ambtenaar in opleiding;
3°. ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak;
4°. ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie;
5°. ambtenaar van de rijksrecherche, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak;
6°. ambtenaar van de rijksrecherche, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de rijksrecherche;
7°. vrijwilliger-aspirant;
8°. vrijwillige ambtenaar in opleiding;
9°. vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak;
10°. vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie;
11°. vakantiewerker;
1°. aspirant;
2°. ambtenaar in opleiding;
3°. ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak;
4°. ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie;
5°. ambtenaar van de rijksrecherche, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak;
6°. ambtenaar van de rijksrecherche, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de rijksrecherche;
7°. vrijwilliger-aspirant;
8°. vrijwillige ambtenaar in opleiding;
9°. vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak;
10°. vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie;
11°. vakantiewerker;
d. de functie waarin de ambtenaar wordt aangesteld, met indien van toepassing één of meerdere werkterreinen, aandachtsgebieden of specifieke functionaliteiten;
e. de plaats of de plaatsen van tewerkstelling en het werkgebied;
f. de datum van ingang van de aanstelling;
g. voor zover van toepassing, de rang waarin hij wordt aangesteld;
h. de salarisschaal en de voor de bepaling van die schaal in acht genomen regels, alsmede het salarisnummer en het salaris die de ambtenaar zijn toegekend of, indien het een aspirant betreft, het salaris;
i. de arbeidstijd die zijn betrekking omvat en
j. het gegeven dat de eden dan wel de verklaringen en beloften zijn afgelegd, en de datum waarop dit is gebeurd;
k. de aanspraak op vakantie of de wijze van berekening van de aanspraak;
l. de duur van de ontslag- respectievelijk opzegtermijnen of de wijze waarop die termijnen worden vastgesteld.
2. Indien de ambtenaar de gegevens, bedoeld in het eerste lid, niet voor indiensttreding heeft ontvangen, ontvangt hij de gegevens bedoeld in de onderdelen a tot en met f en h, uiterlijk een week na aanvang van zijn werkzaamheden en de overige in het eerste lid bedoelde gegevens binnen een maand na aanvang of zoveel eerder als de aanstelling eindigt.
3. Indien aan de ambtenaar meerdere plaatsen als plaats van tewerkstelling zijn aangewezen, wordt in de akte van aanstelling tevens een hoofdplaats van tewerkstelling vermeld.
4. Indien de ambtenaar is aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie of van de rijksrecherche en een door het bevoegd gezag aangewezen functie vervult waaraan volgens door Onze Minister te stellen criteria de aanspraak op de toelage bezwarende functie, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0006517/artikel/12c" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 12c, eerste lid, van het Besluit bezoldiging politie</a>, is verbonden, wordt dit in de akte van aanstelling vermeld. Het bevoegd gezag wijst de in de eerste zin bedoelde functies aan in overeenstemming met bij regeling van Onze Minister te stellen regels.
5. Indien de ambtenaar is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en een krachtens artikel 2c, eerste lid, aangewezen politieopleiding heeft voltooid, wordt in de akte van aanstelling vermeld dat hij generiek inzetbaar is. Indien de ambtenaar is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en enkel een krachtens artikel 2c, tweede lid, aangewezen politieopleiding heeft voltooid, wordt in de akte van aanstelling het vakgebied waarvan diens functie onderdeel uitmaakt en, indien van toepassing, het werkterrein vermeld alsmede dat de ambtenaar specifiek inzetbaar is.
6. Voor zover deze gegevens niet reeds in de akte van aanstelling zijn vermeld, deelt het bevoegd gezag de ambtenaar zo spoedig mogelijk schriftelijk andere hem mogelijk toegekende voordelen mee, onder verwijzing naar de regeling waarop de toekenning berust en de eventuele voorwaarden die aan de toekenning verbonden zijn.
7. Wijziging van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, wordt de ambtenaar binnen een maand schriftelijk medegedeeld, behoudens de wijziging van een algemeen verbindend voorschrift waarnaar is verwezen.
8. De akte van aanstelling van de ambtenaar met een functie waarvoor salarisschaal 15 of hoger geldt, vermeldt ook:
a. de eventuele verplichting tot verhuizing vanwege het woonplaatsvereiste;
b. de eventuele toekenning van een periodieke toelage, als bedoeld in artikel 20a van het Besluit bezoldiging politie; en
c. de toekenning van de tegemoetkoming representatiekosten, als bedoeld in artikel 20 van het Besluit bezoldiging politie.
a. de naam, de voornamen en de geboortedatum van de ambtenaar;
b. of de aanstelling geschiedt in vaste of in tijdelijke dienst al dan niet met een proeftijd en de duur van de eventuele proeftijd, waarbij, indien de aanstelling geschiedt in tijdelijke dienst, bovendien in de akte wordt vermeld of de aanstelling geschiedt voor bepaalde tijd en, zo ja, voor hoe lang - of voor onbepaalde tijd en de toepasselijke grond voor aanstelling in tijdelijke dienst;
c. of de aanstelling geschiedt als: 1°. aspirant;
2°. ambtenaar in opleiding;
3°. ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak;
4°. ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie;
5°. ambtenaar van de rijksrecherche, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak;
6°. ambtenaar van de rijksrecherche, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de rijksrecherche;
7°. vrijwilliger-aspirant;
8°. vrijwillige ambtenaar in opleiding;
9°. vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak;
10°. vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie;
11°. vakantiewerker;
1°. aspirant;
2°. ambtenaar in opleiding;
3°. ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak;
4°. ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie;
5°. ambtenaar van de rijksrecherche, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak;
6°. ambtenaar van de rijksrecherche, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de rijksrecherche;
7°. vrijwilliger-aspirant;
8°. vrijwillige ambtenaar in opleiding;
9°. vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak;
10°. vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie;
11°. vakantiewerker;
d. de functie waarin de ambtenaar wordt aangesteld, met indien van toepassing één of meerdere werkterreinen, aandachtsgebieden of specifieke functionaliteiten;
e. de plaats of de plaatsen van tewerkstelling en het werkgebied;
f. de datum van ingang van de aanstelling;
g. voor zover van toepassing, de rang waarin hij wordt aangesteld;
h. de salarisschaal en de voor de bepaling van die schaal in acht genomen regels, alsmede het salarisnummer en het salaris die de ambtenaar zijn toegekend of, indien het een aspirant betreft, het salaris;
i. de arbeidstijd die zijn betrekking omvat en
j. het gegeven dat de eden dan wel de verklaringen en beloften zijn afgelegd, en de datum waarop dit is gebeurd;
k. de aanspraak op vakantie of de wijze van berekening van de aanspraak;
l. de duur van de ontslag- respectievelijk opzegtermijnen of de wijze waarop die termijnen worden vastgesteld.
2. Indien de ambtenaar de gegevens, bedoeld in het eerste lid, niet voor indiensttreding heeft ontvangen, ontvangt hij de gegevens bedoeld in de onderdelen a tot en met f en h, uiterlijk een week na aanvang van zijn werkzaamheden en de overige in het eerste lid bedoelde gegevens binnen een maand na aanvang of zoveel eerder als de aanstelling eindigt.
3. Indien aan de ambtenaar meerdere plaatsen als plaats van tewerkstelling zijn aangewezen, wordt in de akte van aanstelling tevens een hoofdplaats van tewerkstelling vermeld.
4. Indien de ambtenaar is aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie of van de rijksrecherche en een door het bevoegd gezag aangewezen functie vervult waaraan volgens door Onze Minister te stellen criteria de aanspraak op de toelage bezwarende functie, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0006517/artikel/12c" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 12c, eerste lid, van het Besluit bezoldiging politie</a>, is verbonden, wordt dit in de akte van aanstelling vermeld. Het bevoegd gezag wijst de in de eerste zin bedoelde functies aan in overeenstemming met bij regeling van Onze Minister te stellen regels.
5. Indien de ambtenaar is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en een krachtens artikel 2c, eerste lid, aangewezen politieopleiding heeft voltooid, wordt in de akte van aanstelling vermeld dat hij generiek inzetbaar is. Indien de ambtenaar is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en enkel een krachtens artikel 2c, tweede lid, aangewezen politieopleiding heeft voltooid, wordt in de akte van aanstelling het vakgebied waarvan diens functie onderdeel uitmaakt en, indien van toepassing, het werkterrein vermeld alsmede dat de ambtenaar specifiek inzetbaar is.
6. Voor zover deze gegevens niet reeds in de akte van aanstelling zijn vermeld, deelt het bevoegd gezag de ambtenaar zo spoedig mogelijk schriftelijk andere hem mogelijk toegekende voordelen mee, onder verwijzing naar de regeling waarop de toekenning berust en de eventuele voorwaarden die aan de toekenning verbonden zijn.
7. Wijziging van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, wordt de ambtenaar binnen een maand schriftelijk medegedeeld, behoudens de wijziging van een algemeen verbindend voorschrift waarnaar is verwezen.
8. De akte van aanstelling van de ambtenaar met een functie waarvoor salarisschaal 15 of hoger geldt, vermeldt ook:
a. de eventuele verplichting tot verhuizing vanwege het woonplaatsvereiste;
b. de eventuele toekenning van een periodieke toelage, als bedoeld in artikel 20a van het Besluit bezoldiging politie; en
c. de toekenning van de tegemoetkoming representatiekosten, als bedoeld in artikel 20 van het Besluit bezoldiging politie.