BWBR0006475
Geldig vanaf 1994-03-01
Artikel 4
Regeling gelijkstelling weken, waarin geen arbeid is verricht met weken waarin arbeid is verricht
1. Voor de vaststelling van het aantal weken, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel worden weken meer dan één keer in aanmerking genomen indien:
a. zich tijdens een recht op uitkering opnieuw werkloosheid, als bedoeld in artikel 3 van het Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, voordoet; of
b. een recht op uitkering geheel of gedeeltelijk is geëindigd en zich vervolgens opnieuw werkloosheid, als bedoeld in artikel 3 van het Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, voordoet, voorzover op dat moment het totale verlies van arbeidsuren groter is dan het verlies van arbeidsuren op het moment, waarop het eerstgenoemde recht is ontstaan.
2. Het eerste lid is niet van toepassing in gevallen, waarin het recht op uitkering geheel of gedeeltelijk is geëindigd en zich vervolgens opnieuw werkloosheid, als bedoeld in artikel 3 van het Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, voordoet, indien;
a. de betrokkene op het moment, waarop het geheel of gedeeltelijk geëindigde recht ontstond, al zijn arbeidsuren in dienstbetrekking had verloren; of
b. het aantal resterende arbeidsuren in dienstbetrekking op het moment, waarop zich opnieuw werkloosheid voordoet, gelijk is aan dan wel groter is dan het aantal resterende arbeidsuren in dienstbetrekking op het moment, waarop het geheel of gedeeltelijk geëindigde recht ontstond.
a. zich tijdens een recht op uitkering opnieuw werkloosheid, als bedoeld in artikel 3 van het Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, voordoet; of
b. een recht op uitkering geheel of gedeeltelijk is geëindigd en zich vervolgens opnieuw werkloosheid, als bedoeld in artikel 3 van het Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, voordoet, voorzover op dat moment het totale verlies van arbeidsuren groter is dan het verlies van arbeidsuren op het moment, waarop het eerstgenoemde recht is ontstaan.
2. Het eerste lid is niet van toepassing in gevallen, waarin het recht op uitkering geheel of gedeeltelijk is geëindigd en zich vervolgens opnieuw werkloosheid, als bedoeld in artikel 3 van het Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, voordoet, indien;
a. de betrokkene op het moment, waarop het geheel of gedeeltelijk geëindigde recht ontstond, al zijn arbeidsuren in dienstbetrekking had verloren; of
b. het aantal resterende arbeidsuren in dienstbetrekking op het moment, waarop zich opnieuw werkloosheid voordoet, gelijk is aan dan wel groter is dan het aantal resterende arbeidsuren in dienstbetrekking op het moment, waarop het geheel of gedeeltelijk geëindigde recht ontstond.