Artikel 1
Met weken als bedoeld in artikel 4a, eerste lid, van het Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel worden gelijkgesteld:
a. weken, waarvoor de betrokkene zonder te werken loon heeft ontvangen;
b. weken, waarin de betrokkene niet heeft gewerkt en waarvoor hij schadeloosstelling of schadevergoeding wegens het beëindigen van de dienstbetrekking heeft ontvangen;
c. weken, waarin de betrokkene niet heeft gewerkt en waarvoor hij een betaling heeft ontvangen wegens niet-genoten compensatie- of perodiek verlof bij de beëindiging van de dienstbetrekking;
d. weken, waarin de betrokkene niet heeft gewerkt wegens buitengewoon verlof, ouderschapsverlof, opfrisverlof of verlofregelingen in het kader van leeftijdsbewust personeelsbeleid onderscheidenlijk seniorenbeleid;
e. weken, waarin de betrokkene niet heeft gewerkt als gevolg van een ploegendienst of andere vormen van werkroosters.
a. weken, waarvoor de betrokkene zonder te werken loon heeft ontvangen;
b. weken, waarin de betrokkene niet heeft gewerkt en waarvoor hij schadeloosstelling of schadevergoeding wegens het beëindigen van de dienstbetrekking heeft ontvangen;
c. weken, waarin de betrokkene niet heeft gewerkt en waarvoor hij een betaling heeft ontvangen wegens niet-genoten compensatie- of perodiek verlof bij de beëindiging van de dienstbetrekking;
d. weken, waarin de betrokkene niet heeft gewerkt wegens buitengewoon verlof, ouderschapsverlof, opfrisverlof of verlofregelingen in het kader van leeftijdsbewust personeelsbeleid onderscheidenlijk seniorenbeleid;
e. weken, waarin de betrokkene niet heeft gewerkt als gevolg van een ploegendienst of andere vormen van werkroosters.