BWBR0006437
Geldig vanaf 1994-02-09
Artikel 4
Landbouwkwaliteitsregeling rauwe melk en zuivelbereiding
1. Rauwe melk van koeien en buffelkoeien wordt alleen bestemd voor de bereiding van produkten op basis van melk of van warmtebehandelde consumptiemelk als zij aan de volgende eisen voldoet:
a. zij voldoet aan de voorwaarden van hoofdstuk I en hoofdstuk IV van de bij deze regeling behorende bijlage;
b. zij afkomstig is van produktiebedrijven die voldoen aan de voorwaarden van hoofdstuk II van de bijlage en
artikel 9 van de produktschapsverordening;
hoofdstuk II van de bijlage en
artikel 9 van de produktschapsverordening;
c. zij voldoet aan de voorwaarden van: hoofdstuk III van de bijlage en
de artikelen 10, 11 en 12 van de produktschapsverordening.
hoofdstuk III van de bijlage en
de artikelen 10, 11 en 12 van de produktschapsverordening.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op rauwe melk van geiten en ooien.
3. Rauwe melk van gezonde dieren die behoort tot beslagen die niet voldoen aan de eisen van hoofdstuk I, punt 1, onder a), onder i), en onder b), onder i), van de bijlagewordt uitsluitend gebruikt voor de bereiding van warmtebehandelde melk of produkten op basis van melk, nadat onder toezicht van het COKZ of de KvW een warmtebehandeling heeft plaatsgevonden.
4. Geite- en schapemelk bestemd voor het intracommunautaire handelsverkeer moeten deze warmtebehandeling ter plaatse ondergaan.
a. zij voldoet aan de voorwaarden van hoofdstuk I en hoofdstuk IV van de bij deze regeling behorende bijlage;
b. zij afkomstig is van produktiebedrijven die voldoen aan de voorwaarden van hoofdstuk II van de bijlage en
artikel 9 van de produktschapsverordening;
hoofdstuk II van de bijlage en
artikel 9 van de produktschapsverordening;
c. zij voldoet aan de voorwaarden van: hoofdstuk III van de bijlage en
de artikelen 10, 11 en 12 van de produktschapsverordening.
hoofdstuk III van de bijlage en
de artikelen 10, 11 en 12 van de produktschapsverordening.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op rauwe melk van geiten en ooien.
3. Rauwe melk van gezonde dieren die behoort tot beslagen die niet voldoen aan de eisen van hoofdstuk I, punt 1, onder a), onder i), en onder b), onder i), van de bijlagewordt uitsluitend gebruikt voor de bereiding van warmtebehandelde melk of produkten op basis van melk, nadat onder toezicht van het COKZ of de KvW een warmtebehandeling heeft plaatsgevonden.
4. Geite- en schapemelk bestemd voor het intracommunautaire handelsverkeer moeten deze warmtebehandeling ter plaatse ondergaan.