1. Aan een inrichting waar melk van koeien of buffelkoeien ontvangen wordt, wordt een erkenning, als bedoeld in
artikel 5 van het besluit, uitsluitend verstrekt, indien voldaan wordt aan de voorwaarden gesteld in:
bijlage I en II van de Warenwetregeling Zuivelbereiding en
de artikelen 4, 5, 6 en 7 van de produktschapsverordening.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op inrichtingen waar melk van geiten en ooien ontvangen wordt.
3. In afwijking van het eerste lid kan een erkenning, als bedoeld in
artikel 5 van het besluit, tevens worden verstrekt aan een inrichting waaraan een ontheffing als bedoeld in artikel 8 van de produktschapsverordening is verleend.
4. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid jo. het eerste lid:
a. zijn voor een beperkte produktie van vloeibare drinkmelk in inrichtingen waar melk van geiten en ooien ontvangen wordt, andere vullings- en sluitingsmethoden dan de in artikel 7, onder a, van de produktschapsverordening genoemde methoden toegestaan, voorzover: aa gebruik gemaakt wordt van niet-automatische vullings- en sluitingsmethoden en
bb de onder aa genoemde methoden gelijkwaardige garanties bieden ten aanzien van de hygiëne als de in artikel 7, onder a, van de produktschapsverordening genoemde methoden.
aa gebruik gemaakt wordt van niet-automatische vullings- en sluitingsmethoden en
bb de onder aa genoemde methoden gelijkwaardige garanties bieden ten aanzien van de hygiëne als de in artikel 7, onder a, van de produktschapsverordening genoemde methoden.
b. kan aan inrichtingen waar melk van geiten en ooien ontvangen wordt andere apparatuur dan de in artikel 7, onder f, onder 1, van de produktschapsverordening genoemde apparatuur worden toegestaan, indien die gelijkwaardige prestaties met dezelfde gezondheidsgaranties levert.
5. Onverminderd het eerste en tweede lid worden melkbehandelings- en melkverwerkingsinrichtingen niet erkend, indien zij rauwe melk ontvangen die niet voldoet aan de in de bijlage, hoofdstuk IV, vermelde normen.
6. Een aanvraag voor een erkenning als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt bij het COKZ ingediend.
5. Het COKZ verstrekt een erkenning in de vorm van een erkenningsnummer aan de inrichting indien het heeft vastgesteld dat aan de in het eerste of tweede lid bedoelde vereisten is voldaan.