BWBR0006433
Geldig vanaf 1993-11-01
Artikel 10
Sociaal statuut Nederlands bureau brandweerexamens
1. De commissie bestaat uit een voorzitter en twee leden die worden benoemd door de minister.
2. De voorzitter wordt benoemd:
a. op basis van een gezamenlijke voordracht van de directeur Brandweer en Rampenbestrijding en de Bijzondere Commissie van het ministerie van Binnenlandse Zaken;
b. uit personen die niet werkzaam zijn bij de directie Brandweer en Rampenbestrijding, daaronder begrepen het Bureau Brandweerexamens.
3. Eén lid wordt benoemd op voordracht van de directeur Brandweer en Rampenbestrijding en één lid wordt benoemd op voordracht van de dienstcommissie DGOOV.
De leden worden benoemd uit personen die niet werkzaam zijn bij de directie Brandweer en Rampenbestrijding, daaronder begrepen het Bureau Brandweerexamens.
4. Een plaatsvervangend voorzitter en twee plaatsvervangende leden worden op overeenkomstige wijze als bedoeld in het tweede en derde lid benoemd.
5. De minister wijst in overleg met de voorzitter een secretaris en een plaatsvervangend secretaris aan.
2. De voorzitter wordt benoemd:
a. op basis van een gezamenlijke voordracht van de directeur Brandweer en Rampenbestrijding en de Bijzondere Commissie van het ministerie van Binnenlandse Zaken;
b. uit personen die niet werkzaam zijn bij de directie Brandweer en Rampenbestrijding, daaronder begrepen het Bureau Brandweerexamens.
3. Eén lid wordt benoemd op voordracht van de directeur Brandweer en Rampenbestrijding en één lid wordt benoemd op voordracht van de dienstcommissie DGOOV.
De leden worden benoemd uit personen die niet werkzaam zijn bij de directie Brandweer en Rampenbestrijding, daaronder begrepen het Bureau Brandweerexamens.
4. Een plaatsvervangend voorzitter en twee plaatsvervangende leden worden op overeenkomstige wijze als bedoeld in het tweede en derde lid benoemd.
5. De minister wijst in overleg met de voorzitter een secretaris en een plaatsvervangend secretaris aan.