BWBR0006423
Geldig vanaf 2004-07-01
Artikel 8
Besluit tankstations milieubeheer
1. Degene die een tankstation voor het wegverkeer drijft, stelt financiële zekerheid ter dekking van de aansprakelijkheid die voortvloeit uit verontreiniging van de bodem als gevolg van het drijven van het tankstation.
2. De zekerheid bedraagt € 226 890,11 per ondergrondse tank. Bij aanwezigheid van meer dan zes ondergrondse tanks bedraagt de zekerheid in totaal € 1 361 340,65.
3. De zekerheid wordt in stand gehouden tot vier weken nadat de resultaten van een verkennend onderzoek overeenkomstig artikel 6, eerste lid, aan het bevoegd gezag zijn gemeld.
4. Indien bij een melding als bedoeld in artikel 6, eerste lid, blijkt dat de bodem is verontreinigd, wordt de financiële zekerheid, in afwijking van het bepaalde in het derde lid, in stand gehouden tot het tijdstip waarop gedeputeerde staten aan degene die het tankstation voor het wegverkeer drijft, schriftelijk verklaren dat de door hen nodig geachte maatregelen zijn genomen. Degene die het tankstation voor het wegverkeer drijft, kan gedeputeerde staten schriftelijk verzoeken om een verklaring als bedoeld in de eerste volzin. Gedeputeerde staten beslissen op het verzoek uiterlijk vier weken nadat het is verzonden.
2. De zekerheid bedraagt € 226 890,11 per ondergrondse tank. Bij aanwezigheid van meer dan zes ondergrondse tanks bedraagt de zekerheid in totaal € 1 361 340,65.
3. De zekerheid wordt in stand gehouden tot vier weken nadat de resultaten van een verkennend onderzoek overeenkomstig artikel 6, eerste lid, aan het bevoegd gezag zijn gemeld.
4. Indien bij een melding als bedoeld in artikel 6, eerste lid, blijkt dat de bodem is verontreinigd, wordt de financiële zekerheid, in afwijking van het bepaalde in het derde lid, in stand gehouden tot het tijdstip waarop gedeputeerde staten aan degene die het tankstation voor het wegverkeer drijft, schriftelijk verklaren dat de door hen nodig geachte maatregelen zijn genomen. Degene die het tankstation voor het wegverkeer drijft, kan gedeputeerde staten schriftelijk verzoeken om een verklaring als bedoeld in de eerste volzin. Gedeputeerde staten beslissen op het verzoek uiterlijk vier weken nadat het is verzonden.