BWBR0006422
Geldig vanaf 1994-01-21
Artikel 11
Sociaal statuut privatisering Interdepartementaal Bureau Dienstreizen
1. De commissie bestaat uit een voorzitter en twee leden die worden benoemd door de minister.
2. De benoeming van de voorzitter geschiedt door de minister op basis van een gezamenlijke voordracht van de plaatsvervangend Secretaris-Generaal en de dienstcommissie waaronder het Interdepartementaal Bureau Dienstreizen ressorteert, van een persoon die niet werkzaam is bij het Interdepartementaal Bureau Dienstreizen.
3. De benoeming van de leden geschiedt als volgt:
a. Eén lid wordt benoemd door de minister op voordracht van de directeur van het Interdepartementaal Bureau Dienstreizen;
b. Eén lid wordt benoemd door de minister op voordracht van de dienstcommissie waaronder het Interdepartementaal Bureau Dienstreizen ressorteert.
4. Voorts worden, op dezelfde wijze als genoemd onder 2. en 3., een plaatsvervangend voorzitter en twee plaatsvervangend leden benoemd.
5. De plaatsvervangend Secretaris-Generaal wijst in overleg met de voorzitter een secretaris en een plaatsvervangend secretaris aan.
2. De benoeming van de voorzitter geschiedt door de minister op basis van een gezamenlijke voordracht van de plaatsvervangend Secretaris-Generaal en de dienstcommissie waaronder het Interdepartementaal Bureau Dienstreizen ressorteert, van een persoon die niet werkzaam is bij het Interdepartementaal Bureau Dienstreizen.
3. De benoeming van de leden geschiedt als volgt:
a. Eén lid wordt benoemd door de minister op voordracht van de directeur van het Interdepartementaal Bureau Dienstreizen;
b. Eén lid wordt benoemd door de minister op voordracht van de dienstcommissie waaronder het Interdepartementaal Bureau Dienstreizen ressorteert.
4. Voorts worden, op dezelfde wijze als genoemd onder 2. en 3., een plaatsvervangend voorzitter en twee plaatsvervangend leden benoemd.
5. De plaatsvervangend Secretaris-Generaal wijst in overleg met de voorzitter een secretaris en een plaatsvervangend secretaris aan.