BWBR0006169
Geldig vanaf 1994-04-01
Artikel 6
Wet voorzieningen gehandicapten
1. De gemeenteraad kan bij verordening bepalen dat de gehandicapte, voor zover de voorziening niet bestaat uit een aan hem verleende financiële tegemoetkoming, een eigen bijdrage is verschuldigd.
2. De hoogte van de eigen bijdrage kan worden afgestemd op het inkomen van de gehandicapte en zijn echtgenoot. Ten aanzien van de vaststelling van het inkomen van de gehandicapte die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, kan in aanmerking worden genomen het gezamenlijk inkomen van de ouders van de gehandicapte, dan wel indien de gehandicapte een pleegkind is, het gezamenlijk inkomen van de pleegouders indien laatstgenoemden het pleegkind als een eigen kind opvoeden en onderhouden.
3. Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan, na overleg met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, regels stellen met betrekking tot de eigen bijdragen.
2. De hoogte van de eigen bijdrage kan worden afgestemd op het inkomen van de gehandicapte en zijn echtgenoot. Ten aanzien van de vaststelling van het inkomen van de gehandicapte die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, kan in aanmerking worden genomen het gezamenlijk inkomen van de ouders van de gehandicapte, dan wel indien de gehandicapte een pleegkind is, het gezamenlijk inkomen van de pleegouders indien laatstgenoemden het pleegkind als een eigen kind opvoeden en onderhouden.
3. Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan, na overleg met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, regels stellen met betrekking tot de eigen bijdragen.