BWBR0006156
Geldig vanaf 1993-10-01
Artikel 6.1
Warenwetregeling Methode van onderzoek voedingsvezelgehalte
6.1.1. Indien het vetgehalte van het monster meer dan 5% m/ mbedraagt dient het monster ontvet te worden.
Indien het vetgehalte onbekend is verdient het aanbeveling steeds een vetextractie toe te passen. Weeg tot op 0,01 g nauwkeurig 10 g van het monster af in een bekerglas van 250 ml. Voeg toe 25 ml petroleumether. Roer gedurende 15 minuten, met behulp van een magneetroerder (5.11.). Laat gedurende enkele minuten bezinken en schenk de petroleumetherlaag voorzichtig af.
Herhaal deze procedure twee maal. Plaats het bekerglas gedurende een nacht in de vacuumdroogstoof (5.1.) bij 70°C±1°C. Bepaal het massaverlies.
6.1.2. Maal zonodig het ontvette monster met behulp van de laboratoriummolen (5.2.) tot een poeder met een deeltjesgrootte van 0,3–0,5 mm.
Indien het vetgehalte onbekend is verdient het aanbeveling steeds een vetextractie toe te passen. Weeg tot op 0,01 g nauwkeurig 10 g van het monster af in een bekerglas van 250 ml. Voeg toe 25 ml petroleumether. Roer gedurende 15 minuten, met behulp van een magneetroerder (5.11.). Laat gedurende enkele minuten bezinken en schenk de petroleumetherlaag voorzichtig af.
Herhaal deze procedure twee maal. Plaats het bekerglas gedurende een nacht in de vacuumdroogstoof (5.1.) bij 70°C±1°C. Bepaal het massaverlies.
6.1.2. Maal zonodig het ontvette monster met behulp van de laboratoriummolen (5.2.) tot een poeder met een deeltjesgrootte van 0,3–0,5 mm.