BWBR0006155
Geldig vanaf 2013-07-01
Artikel 4
Besluit verplicht bodemonderzoek bedrijfsterreinen
1. Degene die een inrichting drijft, op een locatie waar op 31 december 1989 een inrichting was gevestigd:
a. die blijkens het register van de Kamer van Koophandel op dat tijdstip wat betreft de hoofd- of nevenactiviteit behoorde tot een in bijlage 1 bij dit besluit bedoelde bedrijfsgroep, en
b. waarvoor sinds dat tijdstip niet een krachtens artikel 8.40 of 8.44 van de Wet milieubeheer vastgestelde algemene maatregel van bestuur van toepassing was, verricht op aanwijzing van het bevoegd gezag in de inrichting een vooronderzoek en een verkennend onderzoek en legt de onderzoeksresultaten binnen zes maanden na ontvangst van de aanwijzing aan het bevoegde gezag over.
2. Voor zover nodig in afwijking van het eerste lid, onder b, geldt de in het eerste lid bedoelde verplichting in ieder geval ten aanzien van een inrichting waarop het Besluit herstelinrichtingen voor motorvoertuigen milieubeheer, het Besluit inrichtingen voor motorvoertuigen milieubeheerof het Besluit chemische wasserijen milieubeheer van toepassing was.
3. Het bevoegd gezag doet de in het eerste lid genoemde aanwijzing slechts, indien binnen een jaar na verzending van een uitnodiging als bedoeld in artikel 4a, derde lid, onder b, geen resultaten van het in dat artikel bedoelde onderzoek zijn ontvangen.
4. Gedeputeerde staten informeren burgemeester en wethouders van de gemeente waar de inrichting geheel of grotendeels is gelegen, over de in het eerste lid genoemde aanwijzing en over de resultaten van het verrichte onderzoek.
5. Het eerste lid is niet van toepassing indien:
a. in het kader van een BSB-aktie een verkennend onderzoek, oriënterend onderzoek of nader onderzoek is verricht en de resultaten daarvan zijn overgelegd aan de in artikel 4a bedoelde instantie of aan het bevoegd gezag indien geen aanwijzing als bedoeld in artikel 4a, eerste lid, is gedaan;
b. in het kader van de Interimwet bodemsanering of van § 3 van hoofdstuk IV van de Wet bodembescherming bodemonderzoek is verricht, of
c. in het kader van het werkprogramma tankstations een bodemonderzoek als omschreven in de handleiding bodemsanering tankstations (bijlage VI van dat werkprogramma) is verricht.
a. die blijkens het register van de Kamer van Koophandel op dat tijdstip wat betreft de hoofd- of nevenactiviteit behoorde tot een in bijlage 1 bij dit besluit bedoelde bedrijfsgroep, en
b. waarvoor sinds dat tijdstip niet een krachtens artikel 8.40 of 8.44 van de Wet milieubeheer vastgestelde algemene maatregel van bestuur van toepassing was, verricht op aanwijzing van het bevoegd gezag in de inrichting een vooronderzoek en een verkennend onderzoek en legt de onderzoeksresultaten binnen zes maanden na ontvangst van de aanwijzing aan het bevoegde gezag over.
2. Voor zover nodig in afwijking van het eerste lid, onder b, geldt de in het eerste lid bedoelde verplichting in ieder geval ten aanzien van een inrichting waarop het Besluit herstelinrichtingen voor motorvoertuigen milieubeheer, het Besluit inrichtingen voor motorvoertuigen milieubeheerof het Besluit chemische wasserijen milieubeheer van toepassing was.
3. Het bevoegd gezag doet de in het eerste lid genoemde aanwijzing slechts, indien binnen een jaar na verzending van een uitnodiging als bedoeld in artikel 4a, derde lid, onder b, geen resultaten van het in dat artikel bedoelde onderzoek zijn ontvangen.
4. Gedeputeerde staten informeren burgemeester en wethouders van de gemeente waar de inrichting geheel of grotendeels is gelegen, over de in het eerste lid genoemde aanwijzing en over de resultaten van het verrichte onderzoek.
5. Het eerste lid is niet van toepassing indien:
a. in het kader van een BSB-aktie een verkennend onderzoek, oriënterend onderzoek of nader onderzoek is verricht en de resultaten daarvan zijn overgelegd aan de in artikel 4a bedoelde instantie of aan het bevoegd gezag indien geen aanwijzing als bedoeld in artikel 4a, eerste lid, is gedaan;
b. in het kader van de Interimwet bodemsanering of van § 3 van hoofdstuk IV van de Wet bodembescherming bodemonderzoek is verricht, of
c. in het kader van het werkprogramma tankstations een bodemonderzoek als omschreven in de handleiding bodemsanering tankstations (bijlage VI van dat werkprogramma) is verricht.