BWBR0006147
Geldig vanaf 2012-01-01
Artikel 21
Tracéwet
1. De in artikel 8bedoelde werken worden voor de toepassing van de <a href="/wet/BWBR0001936" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Belemmeringenwet Privaatrecht</a>aangemerkt als openbare werken van algemeen nut.
2. Indien voor de uitvoering van een of meer besluiten als bedoeld in artikel 20, tweede lid, toepassing van de <a href="/wet/BWBR0001936" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Belemmeringenwet Privaatrecht</a>noodzakelijk is:
a. kan Onze Minister in afwijking van artikel 2, vierde lid, van de Belemmeringenwet Privaatrecht: 1°. een andere plaats of gemeente aanwijzen waar de zitting plaatsvindt;
2°. bepalen dat de zitting wordt geleid door een door Onze Minister aan te wijzen persoon;
1°. een andere plaats of gemeente aanwijzen waar de zitting plaatsvindt;
2°. bepalen dat de zitting wordt geleid door een door Onze Minister aan te wijzen persoon;
b. worden in afwijking van de artikelen 2, zevende lid, en 3, derde lid, juncto 2, zevende lid, van de Belemmeringenwet Privaatrecht gedeputeerde staten niet gehoord;
c. geldt in plaats van artikel 4 van de Belemmeringenwet Privaatrecht dat de werking van een besluit als bedoeld in artikel 2, vijfde lid, of artikel 3, tweede lid, van de Belemmeringenwet Privaatrecht opgeschort wordt totdat de termijn voor het indienen van een beroepschrift is verstreken.
2. Indien voor de uitvoering van een of meer besluiten als bedoeld in artikel 20, tweede lid, toepassing van de <a href="/wet/BWBR0001936" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Belemmeringenwet Privaatrecht</a>noodzakelijk is:
a. kan Onze Minister in afwijking van artikel 2, vierde lid, van de Belemmeringenwet Privaatrecht: 1°. een andere plaats of gemeente aanwijzen waar de zitting plaatsvindt;
2°. bepalen dat de zitting wordt geleid door een door Onze Minister aan te wijzen persoon;
1°. een andere plaats of gemeente aanwijzen waar de zitting plaatsvindt;
2°. bepalen dat de zitting wordt geleid door een door Onze Minister aan te wijzen persoon;
b. worden in afwijking van de artikelen 2, zevende lid, en 3, derde lid, juncto 2, zevende lid, van de Belemmeringenwet Privaatrecht gedeputeerde staten niet gehoord;
c. geldt in plaats van artikel 4 van de Belemmeringenwet Privaatrecht dat de werking van een besluit als bedoeld in artikel 2, vijfde lid, of artikel 3, tweede lid, van de Belemmeringenwet Privaatrecht opgeschort wordt totdat de termijn voor het indienen van een beroepschrift is verstreken.