BWBR0006140
Geldig vanaf 1993-09-25
Artikel 8
Regeling bezwarencommissie verzelfstandiging rijksmuseale diensten
1. Een personeelslid dat bezwaren heeft tegen de overgang in dienst van een stichting dient zijn bezwaren schriftelijk en met redenen omkleed in. Het bezwaarschrift wordt gericht aan de Minister en ingediend bij de directeur.
2. De directeur zendt het bezwaarschrift zo mogelijk binnen twee werkdagen na ontvangst door naar de commissie en doet daarvan mededeling aan de Minister en aan het personeelslid.
3. Het personeelslid kan desgewenst zijn bezwaren in een vergadering van de commissie mondeling toelichting en zich daartoe doen bijstaan door een raadsman of -vrouw. De commissie kan afzien van het houden van een zitting indien zij zich op grond van de haar ter beschikking gestelde stukken voldoende geïnformeerd acht om tot een verantwoord advies te komen, tenzij het personeelslid kenbaar heeft gemaakt dat het wil worden gehoord.
2. De directeur zendt het bezwaarschrift zo mogelijk binnen twee werkdagen na ontvangst door naar de commissie en doet daarvan mededeling aan de Minister en aan het personeelslid.
3. Het personeelslid kan desgewenst zijn bezwaren in een vergadering van de commissie mondeling toelichting en zich daartoe doen bijstaan door een raadsman of -vrouw. De commissie kan afzien van het houden van een zitting indien zij zich op grond van de haar ter beschikking gestelde stukken voldoende geïnformeerd acht om tot een verantwoord advies te komen, tenzij het personeelslid kenbaar heeft gemaakt dat het wil worden gehoord.