1. De commissie bestaat uit vier leden, waaronder de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter, alsmede één plaatsvervangend lid.
2. De voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter, de overige leden en het plaatsvervangend lid worden benoemd door de Minister, met dien verstande dat twee overige leden en het plaatsvervangend lid worden benoemd op bindende voordracht van de bijzondere commissie als bedoeld in
artikel 113 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement.
3. Tot voorzitter en tot plaatsvervangend voorzitter worden geen personen benoemd die een dienstverband hebben met of anderszins werkzaam zijn bij het Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur.
4. De leden en het plaatsvervangend lid worden benoemd voor een periode van één jaar. Zij kunnen worden herbenoemd.
5. De commissie wordt bijgestaan door een door de Minister te benoemen ambtelijk secretaris die voor de uitoefening van zijn taak uitsluitend verantwoording schuldig is aan de commissie.