BWBR0006124
Geldig vanaf 1993-09-01
Artikel 7
Kostenregeling Pensioen- en spaarfondsenwet 1993
1. Na de inwerkingtreding van deze regeling brengt de Pensioen- & Verzekeringskamer de begrote kosten met betrekking tot het resterende deel van het jaar door middel van een aanslag in rekening bij de fondsen. De bepalingen van deze regeling zijn zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het vaste bedrag, bedoeld in artikel 5, eerste lid, naar evenredigheid wordt verminderd.
2. Met betrekking tot de kosten gemaakt vóór de inwerkingtreding van deze regeling legt de Pensioen- & Verzekeringskamer zo spoedig mogelijk na die inwerkingtreding een aanslag op, voor zover deze kosten nog niet werden verhaald. Onverminderd het bepaalde in artikel 8, eerste lid, is de Kostenbeschikking Pensioen- en spaarfondsenwet daarbij van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de aanslag wordt gebaseerd op de bijdrage, bedoeld in die beschikking, over het voorafgaande jaar en dat het gelijke bedrag, bedoeld in artikel 4, onder a, van die beschikking, naar evenredigheid wordt verminderd.
2. Met betrekking tot de kosten gemaakt vóór de inwerkingtreding van deze regeling legt de Pensioen- & Verzekeringskamer zo spoedig mogelijk na die inwerkingtreding een aanslag op, voor zover deze kosten nog niet werden verhaald. Onverminderd het bepaalde in artikel 8, eerste lid, is de Kostenbeschikking Pensioen- en spaarfondsenwet daarbij van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de aanslag wordt gebaseerd op de bijdrage, bedoeld in die beschikking, over het voorafgaande jaar en dat het gelijke bedrag, bedoeld in artikel 4, onder a, van die beschikking, naar evenredigheid wordt verminderd.