BWBR0006053
Geldig vanaf 1993-08-01
Artikel 13
Examenreglement adjunct-hoofdbrandmeester 1993
1. Overeenkomstig artikel 9, vijfde lid, van het Algemeen brandweerexamenreglement 1994wordt het diploma adjunct-hoofdbrandmeester afgegeven, indien de kandidaat in het bezit is van certificaten van of vrijstellingen voor de verplichte modules, bedoeld in artikel 2, onderdelen a tot en met c, en ten minste één van de keuze-modules, bedoeld in artikel 2, onderdelen d tot en met g, alsmede van:
a. het certificaat van of de vrijstelling voor de module basis-repressie II, bedoeld in artikel 2, onderdeel i; in combinatie met: 1º een getuigschrift van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een opleiding die is verbonden aan een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.2, onderdelen a en b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, of een overeenkomstig getuigschrift, dat respectievelijk is verkregen, of op grond van artikel 16.2, eerste lid, van voornoemde wet kan worden geacht te zijn verkregen, op grond van voornoemde wet; of
2º een getuigschrift of diploma van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een andere opleiding, dat naar het oordeel van het bestuur vergelijkbaar is met een getuigschrift als bedoeld onder 1°; of
1º een getuigschrift van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een opleiding die is verbonden aan een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.2, onderdelen a en b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, of een overeenkomstig getuigschrift, dat respectievelijk is verkregen, of op grond van artikel 16.2, eerste lid, van voornoemde wet kan worden geacht te zijn verkregen, op grond van voornoemde wet; of
2º een getuigschrift of diploma van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een andere opleiding, dat naar het oordeel van het bestuur vergelijkbaar is met een getuigschrift als bedoeld onder 1°; of
b. het diploma onderbrandmeester, bedoeld in artikel 5 van het Examenreglement onderbrandmeester, of het diploma brandmeester, bedoeld in artikel 5 van het Examenreglement brandmeester, of een aan één van beide diploma's gelijkwaardig diploma, in alle gevallen in combinatie met: 1º ten minste een diploma van een beroepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel c, d of e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, of een overeenkomstig diploma, dat respectievelijk is verkregen, of op grond van artikel 12.2.1 van voornoemde wet kan worden geacht te zijn verkregen, op grond van voornoemde wet; of
2º een rapport van een psychologische test waarin verklaard wordt dat de kandidaat beschikt over ten minste een werk- en denkniveau dat vergelijkbaar is met het werk- en denkniveau dat is vereist voor de verkrijging van een diploma als bedoeld onder 1°.
1º ten minste een diploma van een beroepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel c, d of e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, of een overeenkomstig diploma, dat respectievelijk is verkregen, of op grond van artikel 12.2.1 van voornoemde wet kan worden geacht te zijn verkregen, op grond van voornoemde wet; of
2º een rapport van een psychologische test waarin verklaard wordt dat de kandidaat beschikt over ten minste een werk- en denkniveau dat vergelijkbaar is met het werk- en denkniveau dat is vereist voor de verkrijging van een diploma als bedoeld onder 1°.
2. Het rapport, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder 2°, is opgesteld door een bij het Nederlands Instituut van Psychologen aangesloten psycholoog. Het rapport is gebaseerd op een General Aptitude Test Battery en opgesteld conform de richtlijnen van het Nederlands Instituut van Psychologen.
3. Het certificaat van of de vrijstelling voor de keuze-module preventie, bedoeld in artikel 2, onderdeel e, kan alleen voor het diploma adjunct-hoofdbrandmeester meetellen als het certificaat van of de vrijstelling voor de keuze-module preventie, bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van het Examenreglement brandmeester, niet heeft meegeteld of zal meetellen voor de verkrijging van het diploma brandmeester.
4. Het derde lid geldt niet voor kandidaten die:
a. op 1 augustus 1997 reeds in het bezit waren van het certificaat van of de vrijstelling voor de keuze-module preventie, bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van het Examenreglement brandmeester, of dit certificaat of deze vrijstelling al hadden laten meetellen voor het diploma brandmeester, bedoeld in artikel 5 van het Examenreglement brandmeester;
b. vóór 1 augustus 1998 hebben deelgenomen aan een deelexamen van de keuze-module preventie, bedoeld in artikel 2, onderdeel e; en
c. vóór 1 augustus 2002 hun diploma adjunct-hoofdbrandmeester behalen.
a. het certificaat van of de vrijstelling voor de module basis-repressie II, bedoeld in artikel 2, onderdeel i; in combinatie met: 1º een getuigschrift van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een opleiding die is verbonden aan een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.2, onderdelen a en b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, of een overeenkomstig getuigschrift, dat respectievelijk is verkregen, of op grond van artikel 16.2, eerste lid, van voornoemde wet kan worden geacht te zijn verkregen, op grond van voornoemde wet; of
2º een getuigschrift of diploma van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een andere opleiding, dat naar het oordeel van het bestuur vergelijkbaar is met een getuigschrift als bedoeld onder 1°; of
1º een getuigschrift van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een opleiding die is verbonden aan een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.2, onderdelen a en b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, of een overeenkomstig getuigschrift, dat respectievelijk is verkregen, of op grond van artikel 16.2, eerste lid, van voornoemde wet kan worden geacht te zijn verkregen, op grond van voornoemde wet; of
2º een getuigschrift of diploma van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een andere opleiding, dat naar het oordeel van het bestuur vergelijkbaar is met een getuigschrift als bedoeld onder 1°; of
b. het diploma onderbrandmeester, bedoeld in artikel 5 van het Examenreglement onderbrandmeester, of het diploma brandmeester, bedoeld in artikel 5 van het Examenreglement brandmeester, of een aan één van beide diploma's gelijkwaardig diploma, in alle gevallen in combinatie met: 1º ten minste een diploma van een beroepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel c, d of e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, of een overeenkomstig diploma, dat respectievelijk is verkregen, of op grond van artikel 12.2.1 van voornoemde wet kan worden geacht te zijn verkregen, op grond van voornoemde wet; of
2º een rapport van een psychologische test waarin verklaard wordt dat de kandidaat beschikt over ten minste een werk- en denkniveau dat vergelijkbaar is met het werk- en denkniveau dat is vereist voor de verkrijging van een diploma als bedoeld onder 1°.
1º ten minste een diploma van een beroepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel c, d of e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, of een overeenkomstig diploma, dat respectievelijk is verkregen, of op grond van artikel 12.2.1 van voornoemde wet kan worden geacht te zijn verkregen, op grond van voornoemde wet; of
2º een rapport van een psychologische test waarin verklaard wordt dat de kandidaat beschikt over ten minste een werk- en denkniveau dat vergelijkbaar is met het werk- en denkniveau dat is vereist voor de verkrijging van een diploma als bedoeld onder 1°.
2. Het rapport, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder 2°, is opgesteld door een bij het Nederlands Instituut van Psychologen aangesloten psycholoog. Het rapport is gebaseerd op een General Aptitude Test Battery en opgesteld conform de richtlijnen van het Nederlands Instituut van Psychologen.
3. Het certificaat van of de vrijstelling voor de keuze-module preventie, bedoeld in artikel 2, onderdeel e, kan alleen voor het diploma adjunct-hoofdbrandmeester meetellen als het certificaat van of de vrijstelling voor de keuze-module preventie, bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van het Examenreglement brandmeester, niet heeft meegeteld of zal meetellen voor de verkrijging van het diploma brandmeester.
4. Het derde lid geldt niet voor kandidaten die:
a. op 1 augustus 1997 reeds in het bezit waren van het certificaat van of de vrijstelling voor de keuze-module preventie, bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van het Examenreglement brandmeester, of dit certificaat of deze vrijstelling al hadden laten meetellen voor het diploma brandmeester, bedoeld in artikel 5 van het Examenreglement brandmeester;
b. vóór 1 augustus 1998 hebben deelgenomen aan een deelexamen van de keuze-module preventie, bedoeld in artikel 2, onderdeel e; en
c. vóór 1 augustus 2002 hun diploma adjunct-hoofdbrandmeester behalen.