BWBR0006051
Geldig vanaf 1993-07-08
Artikel 2
Regeling keuring en handelsverkeer konijne- en hazevlees 1993
1. Het vervoer van:
a. een partij konijnevlees verkregen van in Nederland geslachte konijnen;
b. een partij in Nederland uitgesneden konijnevlees;
c. een partij hazevlees van in Nederland geslachte hazen, of
d. een partij in Nederland uitgesneden hazevlees, van enige plaats in Nederland en bestemd voor een Lid-Staat of Noorwegen is slechts toegestaan indien: 1º voor zover het betreft konijnevlees, de partij vergezeld gaat van een gezondheidscertificaat als bedoeld in bijlage II van richtlijn 91/495/EEG;
2º voor zover het betreft hazevlees, de partij vergezeld gaat van een gezondheidscertificaat als bedoeld in bijlage IV van richtlijn 91/495/EEG;
3º het certificaat, bedoeld in onderdeel 1 onderscheidenlijk 2 is opgesteld in overeenstemming met artikel 3, tweede lid, tweede alinea, van richtlijn 91/495/EEG, terwijl tevens in voorkomend geval op het betrokken certificaat de ingevolge de regelgeving van de Europese Gemeenschappen voorgeschreven vermeldingen voorkomen, en
4º is voldaan aan, voor zover van toepassing, het bepaalde in artikel 3, tweede lid, van richtlijn 89/662/EEG.
5º op grond van de regelgeving van de Europese Gemeenschap of de Toezichthoudende Autoriteit van de Europese Vrijhandelsassociatie geen verbod geldt om de partij naar het grondgebied van die lid-staat, onderscheidenlijk Noorwegen te vervoeren.
1º voor zover het betreft konijnevlees, de partij vergezeld gaat van een gezondheidscertificaat als bedoeld in bijlage II van richtlijn 91/495/EEG;
2º voor zover het betreft hazevlees, de partij vergezeld gaat van een gezondheidscertificaat als bedoeld in bijlage IV van richtlijn 91/495/EEG;
3º het certificaat, bedoeld in onderdeel 1 onderscheidenlijk 2 is opgesteld in overeenstemming met artikel 3, tweede lid, tweede alinea, van richtlijn 91/495/EEG, terwijl tevens in voorkomend geval op het betrokken certificaat de ingevolge de regelgeving van de Europese Gemeenschappen voorgeschreven vermeldingen voorkomen, en
4º is voldaan aan, voor zover van toepassing, het bepaalde in artikel 3, tweede lid, van richtlijn 89/662/EEG.
5º op grond van de regelgeving van de Europese Gemeenschap of de Toezichthoudende Autoriteit van de Europese Vrijhandelsassociatie geen verbod geldt om de partij naar het grondgebied van die lid-staat, onderscheidenlijk Noorwegen te vervoeren.
2. De in het eerste lid bedoelde certificaten worden afgegeven door de Minister.
a. een partij konijnevlees verkregen van in Nederland geslachte konijnen;
b. een partij in Nederland uitgesneden konijnevlees;
c. een partij hazevlees van in Nederland geslachte hazen, of
d. een partij in Nederland uitgesneden hazevlees, van enige plaats in Nederland en bestemd voor een Lid-Staat of Noorwegen is slechts toegestaan indien: 1º voor zover het betreft konijnevlees, de partij vergezeld gaat van een gezondheidscertificaat als bedoeld in bijlage II van richtlijn 91/495/EEG;
2º voor zover het betreft hazevlees, de partij vergezeld gaat van een gezondheidscertificaat als bedoeld in bijlage IV van richtlijn 91/495/EEG;
3º het certificaat, bedoeld in onderdeel 1 onderscheidenlijk 2 is opgesteld in overeenstemming met artikel 3, tweede lid, tweede alinea, van richtlijn 91/495/EEG, terwijl tevens in voorkomend geval op het betrokken certificaat de ingevolge de regelgeving van de Europese Gemeenschappen voorgeschreven vermeldingen voorkomen, en
4º is voldaan aan, voor zover van toepassing, het bepaalde in artikel 3, tweede lid, van richtlijn 89/662/EEG.
5º op grond van de regelgeving van de Europese Gemeenschap of de Toezichthoudende Autoriteit van de Europese Vrijhandelsassociatie geen verbod geldt om de partij naar het grondgebied van die lid-staat, onderscheidenlijk Noorwegen te vervoeren.
1º voor zover het betreft konijnevlees, de partij vergezeld gaat van een gezondheidscertificaat als bedoeld in bijlage II van richtlijn 91/495/EEG;
2º voor zover het betreft hazevlees, de partij vergezeld gaat van een gezondheidscertificaat als bedoeld in bijlage IV van richtlijn 91/495/EEG;
3º het certificaat, bedoeld in onderdeel 1 onderscheidenlijk 2 is opgesteld in overeenstemming met artikel 3, tweede lid, tweede alinea, van richtlijn 91/495/EEG, terwijl tevens in voorkomend geval op het betrokken certificaat de ingevolge de regelgeving van de Europese Gemeenschappen voorgeschreven vermeldingen voorkomen, en
4º is voldaan aan, voor zover van toepassing, het bepaalde in artikel 3, tweede lid, van richtlijn 89/662/EEG.
5º op grond van de regelgeving van de Europese Gemeenschap of de Toezichthoudende Autoriteit van de Europese Vrijhandelsassociatie geen verbod geldt om de partij naar het grondgebied van die lid-staat, onderscheidenlijk Noorwegen te vervoeren.
2. De in het eerste lid bedoelde certificaten worden afgegeven door de Minister.