BWBR0006040
Geldig vanaf 2019-09-30
Artikel 58
Burgerlijk ambtenarenreglement defensie
1. Het hoofd defensieonderdeel is verplicht zo tijdig mogelijk zodanige maatregelen te treffen en voorschriften te geven als redelijkerwijs nodig is, opdat de ambtenaar, die in verband met ongeschiktheid als gevolg van ziekte verhinderd is zijn arbeid te verrichten, in staat wordt gesteld de eigen of andere passende arbeid te verrichten. Indien vaststaat dat zijn arbeid niet meer kan worden verricht en binnen het gezagsbereik van Onze Minister geen andere passende arbeid voorhanden is, bevordert het hoofd defensieonderdeel naar bij ministeriële regeling te stellen regels, de inschakeling van de ambtenaar in voor hem passende arbeid buiten het gezagsbereik van Onze Minister.
2. Uit hoofde van de verplichting bedoeld in het eerste lid, stelt het hoofd defensieonderdeel in overeenstemming met de ambtenaar een plan van aanpak op als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002524/artikel/71a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 71a, tweede lid van de WAO</a>. Het plan van aanpak wordt met medewerking van de ambtenaar regelmatig geëvalueerd en zo nodig bijgesteld.
2. Uit hoofde van de verplichting bedoeld in het eerste lid, stelt het hoofd defensieonderdeel in overeenstemming met de ambtenaar een plan van aanpak op als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002524/artikel/71a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 71a, tweede lid van de WAO</a>. Het plan van aanpak wordt met medewerking van de ambtenaar regelmatig geëvalueerd en zo nodig bijgesteld.