BWBR0006040
Geldig vanaf 2019-09-30
Artikel 20
Burgerlijk ambtenarenreglement defensie
1. De ambtenaar wordt op zijn aanvraag door Onze Minister aangewezen voor een opleiding indien de ambtenaar de beschikking heeft over een individuele opleidingsaanspraak. Over de periode van het volgen van de opleiding worden vooraf afspraken gemaakt tussen de ambtenaar, de commandant en de employabilitybegeleider.
2. De kosten verbonden aan de opleiding worden vergoed tot bij ministeriele regeling vast te stellen maximum bedragen. De kosten kunnen tot vijf jaar voor de pensioengerechtigde leeftijd worden vergoed met inachtneming van de hiervoor bedoelde maximumbedragen.
3. Indien bij een andere te vervullen functie blijkt dat de gevolgde opleiding onderdeel uitmaakt van de functie-eisen, wordt het bedrag van de daarvoor vergoede opleidingskosten weer toegevoegd aan de bedragen, bedoeld in het tweede lid.
4. Wanneer de opleiding dan wel de noodzakelijke voorbereiding daarop plaatsvindt tijdens de werktijd van de ambtenaar, wordt hij door Onze Minister hiervoor vrijgesteld van arbeid. Indien zwaarwegende redenen van dienstbelang dit noodzakelijk maken, kan de vrijstelling van arbeid door Onze Minister tijdelijk worden opgeheven.
5. Indien de opleiding niet kan worden afgerond voordat ontslag plaats vindt op grond van artikel 113, vijfde lid, kan de opleiding na het ontslag worden afgerond met vergoeding van de daarmee samenhangende opleidingskosten met inachtneming van de in het tweede lid bedoelde maximum bedragen.
6. De burgerlijk ambtenaar aan wie ingevolge artikel 113, eerste lid, ontslag wordt verleend en direct daarop volgend in dienst treedt als militair ambtenaar bij het ministerie van Defensie, behoudt de op dat moment beschikbare individuele opleidingsaanspraak, bedoeld in het eerste lid. Deze resterende aanspraak wordt overgeheveld naar de individuele opleidingsaanspraak, bedoeld in artikel 16bis, eerste lid, van het Algemeen militair ambtenarenreglement.
7. De aanspraak bedoeld in het zesde lid bouwt verder door tot de maximum bedragen bedoeld in artikel 16bis, tweede lid, van het Algemeen militair ambtenarenreglement, tenzij de aanspraak bij aanvang van de aanstelling als militair ambtenaar bij het ministerie van Defensie reeds meer is dan het maximum bedrag, bedoeld in artikel 16bis, tweede lid van het Algemeen militair ambtenarenreglement.
8. Bij ministeriele regeling worden nadere regels gesteld ten aanzien van dit artikel.
2. De kosten verbonden aan de opleiding worden vergoed tot bij ministeriele regeling vast te stellen maximum bedragen. De kosten kunnen tot vijf jaar voor de pensioengerechtigde leeftijd worden vergoed met inachtneming van de hiervoor bedoelde maximumbedragen.
3. Indien bij een andere te vervullen functie blijkt dat de gevolgde opleiding onderdeel uitmaakt van de functie-eisen, wordt het bedrag van de daarvoor vergoede opleidingskosten weer toegevoegd aan de bedragen, bedoeld in het tweede lid.
4. Wanneer de opleiding dan wel de noodzakelijke voorbereiding daarop plaatsvindt tijdens de werktijd van de ambtenaar, wordt hij door Onze Minister hiervoor vrijgesteld van arbeid. Indien zwaarwegende redenen van dienstbelang dit noodzakelijk maken, kan de vrijstelling van arbeid door Onze Minister tijdelijk worden opgeheven.
5. Indien de opleiding niet kan worden afgerond voordat ontslag plaats vindt op grond van artikel 113, vijfde lid, kan de opleiding na het ontslag worden afgerond met vergoeding van de daarmee samenhangende opleidingskosten met inachtneming van de in het tweede lid bedoelde maximum bedragen.
6. De burgerlijk ambtenaar aan wie ingevolge artikel 113, eerste lid, ontslag wordt verleend en direct daarop volgend in dienst treedt als militair ambtenaar bij het ministerie van Defensie, behoudt de op dat moment beschikbare individuele opleidingsaanspraak, bedoeld in het eerste lid. Deze resterende aanspraak wordt overgeheveld naar de individuele opleidingsaanspraak, bedoeld in artikel 16bis, eerste lid, van het Algemeen militair ambtenarenreglement.
7. De aanspraak bedoeld in het zesde lid bouwt verder door tot de maximum bedragen bedoeld in artikel 16bis, tweede lid, van het Algemeen militair ambtenarenreglement, tenzij de aanspraak bij aanvang van de aanstelling als militair ambtenaar bij het ministerie van Defensie reeds meer is dan het maximum bedrag, bedoeld in artikel 16bis, tweede lid van het Algemeen militair ambtenarenreglement.
8. Bij ministeriele regeling worden nadere regels gesteld ten aanzien van dit artikel.