BWBR0006023
Geldig vanaf 18-02-2010
Artikel 4
Reglement van Orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
1. In de laatste vergadering van de Kamer in de oude zitting, stelt deze een ontwerp vast voor een profielschets van de nieuw te benoemen Voorzitter. In de eerste vergadering van de nieuwe zitting beslist de Kamer over dit ontwerp. Vervolgens geeft de tijdelijk Voorzitter de gelegenheid tot het stellen van kandidaten voor de vervulling van de vacature en gaat de Kamer over tot de benoeming van een Voorzitter.
2. Zolang in een nieuwe zitting geen Voorzitter is benoemd, treedt een oud-Voorzitter als tijdelijk Voorzitter op, waarbij de laatstafgetredene voorrang heeft. Bij ontstentenis van een oud-Voorzitter treedt als tijdelijk Voorzitter op de laatst afgetreden oud-ondervoorzitter; bij aanwezigheid van twee of meer gelijktijdig afgetreden oud-ondervoorzitters wordt hun rangorde in het Presidium, waarin zij gelijktijdig zitting hadden, in acht genomen. Bij ontstentenis van een oud-ondervoorzitter treedt het lid dat het langst in de Kamer zitting heeft als tijdelijk Voorzitter op; bij gelijke zittingsduur gaat het oudste lid in leeftijd voor.
3. Bij het tussentijds openvallen van het voorzitterschap stelt de Kamer hiervoor zo spoedig mogelijk een profielschets vast. Vervolgens geeft de tijdelijk Voorzitter de gelegenheid tot het stellen van kandidaten voor het vervullen van de vacature en gaat de Kamer over tot benoeming van een Voorzitter.
4. Zolang bij het tussentijds openvallen van het voorzitterschap geen Voorzitter is benoemd, treedt een ondervoorzitter als tijdelijk Voorzitter op, waarbij de rangorde in het Presidium in acht wordt genomen. Bij ontstentenis van een ondervoorzitter treedt als tijdelijk Voorzitter op de laatst afgetreden oud-Voorzitter waarbij de laatstafgetredene voorrang heeft. Bij ontstentenis van een oud-Voorzitter treedt als tijdelijk Voorzitter op de laatst afgetreden oud-ondervoorzitter; bij aanwezigheid van twee of meer gelijktijdig afgetreden oud-ondervoorzitters wordt hun rangorde in het Presidium, waarin zij gelijktijdig zitting hadden, in acht genomen. Bij ontstentenis van een oud-ondervoorzitter treedt het lid dat het langst in de Kamer zitting heeft als tijdelijk Voorzitter op; bij gelijke zittingsduur gaat het oudste lid in leeftijd voor.
2. Zolang in een nieuwe zitting geen Voorzitter is benoemd, treedt een oud-Voorzitter als tijdelijk Voorzitter op, waarbij de laatstafgetredene voorrang heeft. Bij ontstentenis van een oud-Voorzitter treedt als tijdelijk Voorzitter op de laatst afgetreden oud-ondervoorzitter; bij aanwezigheid van twee of meer gelijktijdig afgetreden oud-ondervoorzitters wordt hun rangorde in het Presidium, waarin zij gelijktijdig zitting hadden, in acht genomen. Bij ontstentenis van een oud-ondervoorzitter treedt het lid dat het langst in de Kamer zitting heeft als tijdelijk Voorzitter op; bij gelijke zittingsduur gaat het oudste lid in leeftijd voor.
3. Bij het tussentijds openvallen van het voorzitterschap stelt de Kamer hiervoor zo spoedig mogelijk een profielschets vast. Vervolgens geeft de tijdelijk Voorzitter de gelegenheid tot het stellen van kandidaten voor het vervullen van de vacature en gaat de Kamer over tot benoeming van een Voorzitter.
4. Zolang bij het tussentijds openvallen van het voorzitterschap geen Voorzitter is benoemd, treedt een ondervoorzitter als tijdelijk Voorzitter op, waarbij de rangorde in het Presidium in acht wordt genomen. Bij ontstentenis van een ondervoorzitter treedt als tijdelijk Voorzitter op de laatst afgetreden oud-Voorzitter waarbij de laatstafgetredene voorrang heeft. Bij ontstentenis van een oud-Voorzitter treedt als tijdelijk Voorzitter op de laatst afgetreden oud-ondervoorzitter; bij aanwezigheid van twee of meer gelijktijdig afgetreden oud-ondervoorzitters wordt hun rangorde in het Presidium, waarin zij gelijktijdig zitting hadden, in acht genomen. Bij ontstentenis van een oud-ondervoorzitter treedt het lid dat het langst in de Kamer zitting heeft als tijdelijk Voorzitter op; bij gelijke zittingsduur gaat het oudste lid in leeftijd voor.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0006023
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl