BWBR0006023
Geldig vanaf 17-04-2014
Artikel 3
Reglement van Orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
1. Indien een lid het oordeel van de Voorzitter dat dit lid heeft opgehouden lid te zijn, wegens hetzij het niet bezitten van een van de vereisten voor het lidmaatschap hetzij het vervullen van een met het lidmaatschap onverenigbare betrekking, aan het oordeel van de Kamer onderwerpt, doet de Kamer over de zaak geen uitspraak dan nadat een daartoe door haar uit haar midden benoemde commissie van onderzoek verslag heeft uitgebracht. De commissie hoort het desbetreffende lid, indien die de wens daartoe te kennen geeft.
2. Met betrekking tot een lid van het Europees Parlement is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.
2. Met betrekking tot een lid van het Europees Parlement is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0006023
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl