BWBR0006006
Geldig vanaf 1993-06-18
Artikel 8
Asbest-verwijderingsbesluit
1. De artikelen 5, 6en 7zijn niet van toepassing op het geheel of gedeeltelijk uit elkaar nemen van asbestbevattende waterleidingbuizen, gasleidingbuizen of rioolleidingbuizen alsmede de bij water-, gas- of rioolleidingbuizen behorende asbestbevattende mantelbuizen, voor zover deze deel uitmaken van een ondergronds water-, gas- of rioolleidingnet.
2. De artikelen 5en 6, tweede lid, zijn niet van toepassing op het:
a. als één geheel verwijderen van: 1°. verwarmingstoestellen waarin zich asbest bevindt,
2°. asbestbevattende warmteblokken van verwarmingstoestellen die een nominale belasting kleiner dan of gelijk aan een bovenwaarde van 130 kilowatt hebben, of
3°. onder verwarmingstoestellen geklemde, asbestbevattende platen waarin de asbestvezels hechtgebonden zijn,
1°. verwarmingstoestellen waarin zich asbest bevindt,
2°. asbestbevattende warmteblokken van verwarmingstoestellen die een nominale belasting kleiner dan of gelijk aan een bovenwaarde van 130 kilowatt hebben, of
3°. onder verwarmingstoestellen geklemde, asbestbevattende platen waarin de asbestvezels hechtgebonden zijn,
b. geheel of gedeeltelijk verwijderen van asbestbevattende pakkingen met uitzondering van het: 1°. geheel of gedeeltelijk verwijderen van asbestbevattende pakkingen uit verwarmingstoestellen die een nominale belasting groter dan een bovenwaarde van 2250 kilowatt hebben, of
2°. in het kader van het verwijderen van verwarmingstoestellen geheel of gedeeltelijk verwijderen van asbestbevattende pakkingen die zich tussen ketelleden bevinden, of
1°. geheel of gedeeltelijk verwijderen van asbestbevattende pakkingen uit verwarmingstoestellen die een nominale belasting groter dan een bovenwaarde van 2250 kilowatt hebben, of
2°. in het kader van het verwijderen van verwarmingstoestellen geheel of gedeeltelijk verwijderen van asbestbevattende pakkingen die zich tussen ketelleden bevinden, of
c. geheel of gedeeltelijk verwijderen van asbestbevattende rem- en frictiematerialen.
3. De breukvlakken van de uit elkaar genomen buizen, bedoeld in het eerste lid, worden ingesmeerd met latex op waterbasis of in niet-luchtdoorlatend verpakkingsmateriaal verpakt, terwijl de genoemde buizen onmiddellijk worden verzameld in een niet-lekkende container.
4. Een container als bedoeld in het derde lid, waarin buizen als bedoeld in het eerste lid, zijn opgeslagen, wordt opgeslagen in een afgesloten opslagplaats.
5. Artikel 7, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op een container als bedoeld in het derde lid.
6. Werkzaamheden als bedoeld in het eerste en tweede lid, worden zodanig verricht dat verontreiniging van het milieu met asbest wordt voorkomen.
2. De artikelen 5en 6, tweede lid, zijn niet van toepassing op het:
a. als één geheel verwijderen van: 1°. verwarmingstoestellen waarin zich asbest bevindt,
2°. asbestbevattende warmteblokken van verwarmingstoestellen die een nominale belasting kleiner dan of gelijk aan een bovenwaarde van 130 kilowatt hebben, of
3°. onder verwarmingstoestellen geklemde, asbestbevattende platen waarin de asbestvezels hechtgebonden zijn,
1°. verwarmingstoestellen waarin zich asbest bevindt,
2°. asbestbevattende warmteblokken van verwarmingstoestellen die een nominale belasting kleiner dan of gelijk aan een bovenwaarde van 130 kilowatt hebben, of
3°. onder verwarmingstoestellen geklemde, asbestbevattende platen waarin de asbestvezels hechtgebonden zijn,
b. geheel of gedeeltelijk verwijderen van asbestbevattende pakkingen met uitzondering van het: 1°. geheel of gedeeltelijk verwijderen van asbestbevattende pakkingen uit verwarmingstoestellen die een nominale belasting groter dan een bovenwaarde van 2250 kilowatt hebben, of
2°. in het kader van het verwijderen van verwarmingstoestellen geheel of gedeeltelijk verwijderen van asbestbevattende pakkingen die zich tussen ketelleden bevinden, of
1°. geheel of gedeeltelijk verwijderen van asbestbevattende pakkingen uit verwarmingstoestellen die een nominale belasting groter dan een bovenwaarde van 2250 kilowatt hebben, of
2°. in het kader van het verwijderen van verwarmingstoestellen geheel of gedeeltelijk verwijderen van asbestbevattende pakkingen die zich tussen ketelleden bevinden, of
c. geheel of gedeeltelijk verwijderen van asbestbevattende rem- en frictiematerialen.
3. De breukvlakken van de uit elkaar genomen buizen, bedoeld in het eerste lid, worden ingesmeerd met latex op waterbasis of in niet-luchtdoorlatend verpakkingsmateriaal verpakt, terwijl de genoemde buizen onmiddellijk worden verzameld in een niet-lekkende container.
4. Een container als bedoeld in het derde lid, waarin buizen als bedoeld in het eerste lid, zijn opgeslagen, wordt opgeslagen in een afgesloten opslagplaats.
5. Artikel 7, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op een container als bedoeld in het derde lid.
6. Werkzaamheden als bedoeld in het eerste en tweede lid, worden zodanig verricht dat verontreiniging van het milieu met asbest wordt voorkomen.