BWBR0005985
Geldig vanaf 1993-06-05
Artikel 2
Regeling positie directeur en adjunct-directeur bij vermindering van formatie bij instituten voor vormingswerk voor jeugdigen
Indien ingevolge het bepaalde in artikel I-Q704, tweede lid, van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneelzoals dat luidde op 31 juli 1992, een vormingsleider niet langer als adjunct-directeur kan zijn benoemd, blijft degene die als zodanig was benoemd aanspraak houden op het carrièrepatroon dat voor hem op de laatste dag van het voorafgaande cursusjaar gold, indien dit carrièrepatroon gedurende ten minste drie onmiddellijk voorafgaande cursusjaren aan dat instituut voor hem als vormingsleider tevens adjunct-directeur heeft gegolden. De belanghebbende behoudt deze aanspraak zolang hij aan hetzelfde instituut verbonden blijft.