BWBR0005966
Geldig vanaf 2006-01-24
Artikel 3b
Besluit regeling van een vergoeding voor vice-president van de Raad van State en de Staatsraden, enz.
Indien aan de vice-president van de Raad van State, een staatsraad, de president of een lid van de Algemene Rekenkamer een dienstauto ter beschikking is gesteld, ontvangt hij voor de jaren 2001 tot en met 2004 een maandelijkse vergoeding voor de door hem verschuldigde inkomstenbelasting over het gebruik van de dienstauto. De vergoeding wordt berekend aan de hand van de formule:
waarin:
M = het bedrag van de vergoeding;
CAT = de catalogusprijs van de dienstauto, met inbegrip van BTW en BPM;
P = het percentage, genoemd in artikel 3.145, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001;
T = het hoogste van de in de tarieftabel van artikel 2.10 van de Wet inkomstenbelasting 2001opgenomen percentages.
waarin:
M = het bedrag van de vergoeding;
CAT = de catalogusprijs van de dienstauto, met inbegrip van BTW en BPM;
P = het percentage, genoemd in artikel 3.145, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001;
T = het hoogste van de in de tarieftabel van artikel 2.10 van de Wet inkomstenbelasting 2001opgenomen percentages.