BWBR0005949
Geldig vanaf 1993-05-01
Artikel 8
Besluit regulering grondontsmettingsmiddelen
1. De vergunning, bedoeld in artikel 5, eerste lid, behelst in ieder geval:
a. de naam en het adres van de gebruiksgerechtigde;
b. het betreffende perceel of perceelgedeelte en de oppervlakte daarvan;
c. de teelt of categorie teelten ten behoeve waarvan de vergunning is aangevraagd;
d. ingeval het een teelt betreft zoals bedoeld in het tweede lid, de periode waarbinnen de teelt een aanvang moet hebben genomen;
e. voor zover van toepassing het organisme, bedoeld in artikel 7, ter bestrijding waarvan de vergunning is aangevraagd;
f. de periode waarbinnen op basis van die vergunning de ontsmetting moet hebben plaatsgevonden.
2. Aan de vergunning kan het voorschrift worden verbonden dat met een door Onze betrokken Minister aangewezen teelt een aanvang moet zijn genomen binnen één jaar na afloop van de geldigheidsduur van de vergunning.
a. de naam en het adres van de gebruiksgerechtigde;
b. het betreffende perceel of perceelgedeelte en de oppervlakte daarvan;
c. de teelt of categorie teelten ten behoeve waarvan de vergunning is aangevraagd;
d. ingeval het een teelt betreft zoals bedoeld in het tweede lid, de periode waarbinnen de teelt een aanvang moet hebben genomen;
e. voor zover van toepassing het organisme, bedoeld in artikel 7, ter bestrijding waarvan de vergunning is aangevraagd;
f. de periode waarbinnen op basis van die vergunning de ontsmetting moet hebben plaatsgevonden.
2. Aan de vergunning kan het voorschrift worden verbonden dat met een door Onze betrokken Minister aangewezen teelt een aanvang moet zijn genomen binnen één jaar na afloop van de geldigheidsduur van de vergunning.