BWBR0005920
Geldig vanaf 1993-04-01
Artikel 7
Besluit uitkering Europese programma's Twente 1993
1. De provincie gebruikt de uitkering voor het op voor 1 januari 1994 ingediende aanvragen verstrekken van financiële middelen aan degenen die in Twente een project uitvoeren, dat past in een door de Commissie van de Europese Gemeenschappen goedgekeurd operationeel programma als bedoeld in artikel 5 van de verordening (EEG) nr. 2052/88van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 24 juni 1988 betreffende de taken van de Fondsen met structurele strekking, hun doeltreffendheid alsmede de coördinatie van hun bijstandsverlening onderling en met die van de Europese Investeringsbank en de andere bestaande financieringsinstrumenten ( PbEGL 185), niet zijnde een operationeel programma als bedoeld in de mededeling C(90) 1562/3 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen aan de Lid-Staten in het kader van een initiatief van de Gemeenschap betreffende grensgebieden (Interreg) ( PbEGC 215).
2. Financiële middelen als bedoeld in het eerste lid worden slechts verstrekt aan:
a. een gemeente,
b. een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, of
c. een privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid.
3. De provincie neemt bij het verstrekken van financiële middelen de ingevolge de verdragen tot oprichting van de Europese Gemeenschappen voor de staat geldende verplichtingen in acht.
4. De provincie kan de uitkering ook gebruiken ten behoeve van door haarzelf uit te voeren projecten als bedoeld in het eerste lid, mits Onze Minister hiervoor voorafgaand schriftelijk toestemming heeft gegeven.
2. Financiële middelen als bedoeld in het eerste lid worden slechts verstrekt aan:
a. een gemeente,
b. een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, of
c. een privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid.
3. De provincie neemt bij het verstrekken van financiële middelen de ingevolge de verdragen tot oprichting van de Europese Gemeenschappen voor de staat geldende verplichtingen in acht.
4. De provincie kan de uitkering ook gebruiken ten behoeve van door haarzelf uit te voeren projecten als bedoeld in het eerste lid, mits Onze Minister hiervoor voorafgaand schriftelijk toestemming heeft gegeven.