BWBR0005918
Geldig vanaf 1993-04-01
Artikel 3
Besluit uitkeringen regioprogramma's Zuid-Limburg 1993/94
1. De uitkering is een door Onze Minister vast te stellen bijdrage in:
a. de exploitatietekorten van het project,
b. de exploitatiekosten van het project of
c. de projectkosten,
doch niet meer dan het in de beschikking, bedoeld in artikel 9, vermelde maximale subsidiebedrag.
2. Bij de vaststelling van een uitkering als bedoeld in het eerste lid, onder a, worden uitsluitend in aanmerking genomen de noodzakelijke, rechtstreeks aan het project toe te rekenen, na de indiening van de aanvraag gemaakte en voor rekening van de aanvrager komende exploitatiekosten, verminderd met de financiële bijdragen van derden en alle aan het project toe te rekenen opbrengsten.
3. Bij de vaststelling van een uitkering als bedoeld in het eerste lid, onder b, worden uitsluitend in aanmerking genomen de noodzakelijke, rechtstreeks aan het project toe te rekenen, na de indiening van de aanvraag gemaakte en voor rekening van de aanvrager komende exploitatiekosten.
4. Bij de vaststelling van een uitkering als bedoeld in het eerste lid, onder c, worden uitsluitend in aanmerking genomen de noodzakelijke, rechtstreeks aan het project toe te rekenen, na de indiening van de aanvraag gemaakte en voor rekening van de aanvrager komende, aan derden verschuldigde en door hem betaalde kosten, met inbegrip van de omzetbelasting indien de aanvrager omzetbelasting niet kan verrekenen, doch met uitzondering van:
a. financieringskosten, daaronder mede begrepen alle niet aan derden betaalde rentevergoedingen;
b. legeskosten en kosten van vergunningen, voor zover in rekening gebracht door de deelnemers in de projectfinanciering;
c. de kosten van voorbereiding, toezicht, beheer en administratie die door de aanvrager zijn gemaakt.
5. In afwijking van het vierde lid worden voor de indiening van de aanvraag gemaakte kosten van verwerving van onroerend goed, met inbegrip van overdrachts-, taxatie- en makelaarskosten, in aanmerking genomen, indien de verwerving minder dan een jaar voor de indiening van de aanvraag heeft plaatsgevonden.
a. de exploitatietekorten van het project,
b. de exploitatiekosten van het project of
c. de projectkosten,
doch niet meer dan het in de beschikking, bedoeld in artikel 9, vermelde maximale subsidiebedrag.
2. Bij de vaststelling van een uitkering als bedoeld in het eerste lid, onder a, worden uitsluitend in aanmerking genomen de noodzakelijke, rechtstreeks aan het project toe te rekenen, na de indiening van de aanvraag gemaakte en voor rekening van de aanvrager komende exploitatiekosten, verminderd met de financiële bijdragen van derden en alle aan het project toe te rekenen opbrengsten.
3. Bij de vaststelling van een uitkering als bedoeld in het eerste lid, onder b, worden uitsluitend in aanmerking genomen de noodzakelijke, rechtstreeks aan het project toe te rekenen, na de indiening van de aanvraag gemaakte en voor rekening van de aanvrager komende exploitatiekosten.
4. Bij de vaststelling van een uitkering als bedoeld in het eerste lid, onder c, worden uitsluitend in aanmerking genomen de noodzakelijke, rechtstreeks aan het project toe te rekenen, na de indiening van de aanvraag gemaakte en voor rekening van de aanvrager komende, aan derden verschuldigde en door hem betaalde kosten, met inbegrip van de omzetbelasting indien de aanvrager omzetbelasting niet kan verrekenen, doch met uitzondering van:
a. financieringskosten, daaronder mede begrepen alle niet aan derden betaalde rentevergoedingen;
b. legeskosten en kosten van vergunningen, voor zover in rekening gebracht door de deelnemers in de projectfinanciering;
c. de kosten van voorbereiding, toezicht, beheer en administratie die door de aanvrager zijn gemaakt.
5. In afwijking van het vierde lid worden voor de indiening van de aanvraag gemaakte kosten van verwerving van onroerend goed, met inbegrip van overdrachts-, taxatie- en makelaarskosten, in aanmerking genomen, indien de verwerving minder dan een jaar voor de indiening van de aanvraag heeft plaatsgevonden.