BWBR0005915
Geldig vanaf 1993-05-14
Artikel 19
Aanpassingsregeling pensioenen 1991
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
a. pensioen: een pensioen of uitkering toegekend krachtens of op de voet van de Algemene militaire pensioenwet of een vroegere militaire pensioenwet in de zin van die wet, met inbegrip van de wettelijke verhogingen en aanvullingen, uitgezonderd de pensioenverhogingen krachtens de artikelen 22 van de Pensioenwet voor de zeemacht 1922 en van de Pensioenwet voor de landmacht 1922 dan wel krachtens de artikelen 25 en 28 van de Militaire weduwenwet 1922, zoals die wetten luidden op 31 december 1956, en uitgezonderd de toeslagen krachtens de artikelen F 7a, F 11a, H 1, elfde en veertiende lid, en H 4, vijfde en zevende lid, van de Algemene militaire pensioenwet;
b. grondslagperiode: het inkomenstijdvak dat voor de vaststelling van de in onderdeel c omschreven berekeningsgrondslag in aanmerking is genomen;
c. berekeningsgrondslag: 1°. voor pensioenen waarvan de grondslagperiode eindigt voor 1 april 1991: de berekeningsgrondslag van die pensioenen, zoals laatstelijk aangepast overeenkomstig het koninklijk besluit van 24 juni 1992 (Stb. 382);
2°. voor pensioenen waarvan de grondslagperiode aanvangt voor 1 april 1991 en eindigt na 31 maart 1991, de pensioen- of berekeningsgrondslag in de zin van de Algemene militaire pensioenwet, doch indien een pensioen is afgeleid van een ander pensioen, wordt ten aanzien van dat pensioen onder pensioen- of berekeningsgrondslag verstaan de pensioen- of berekeningsgrondslag van dat andere pensioen;
3°. voor pensioenen die geheel of gedeeltelijk zijn of worden berekend met toepassing van artikel F 10b van de Algemene militaire pensioenwet: de bedragen die ingevolge dat artikel zijn afgeleid van pensioengrondslagen als bedoeld onder 1° of 2°.
1°. voor pensioenen waarvan de grondslagperiode eindigt voor 1 april 1991: de berekeningsgrondslag van die pensioenen, zoals laatstelijk aangepast overeenkomstig het koninklijk besluit van 24 juni 1992 (Stb. 382);
2°. voor pensioenen waarvan de grondslagperiode aanvangt voor 1 april 1991 en eindigt na 31 maart 1991, de pensioen- of berekeningsgrondslag in de zin van de Algemene militaire pensioenwet, doch indien een pensioen is afgeleid van een ander pensioen, wordt ten aanzien van dat pensioen onder pensioen- of berekeningsgrondslag verstaan de pensioen- of berekeningsgrondslag van dat andere pensioen;
3°. voor pensioenen die geheel of gedeeltelijk zijn of worden berekend met toepassing van artikel F 10b van de Algemene militaire pensioenwet: de bedragen die ingevolge dat artikel zijn afgeleid van pensioengrondslagen als bedoeld onder 1° of 2°.
a. pensioen: een pensioen of uitkering toegekend krachtens of op de voet van de Algemene militaire pensioenwet of een vroegere militaire pensioenwet in de zin van die wet, met inbegrip van de wettelijke verhogingen en aanvullingen, uitgezonderd de pensioenverhogingen krachtens de artikelen 22 van de Pensioenwet voor de zeemacht 1922 en van de Pensioenwet voor de landmacht 1922 dan wel krachtens de artikelen 25 en 28 van de Militaire weduwenwet 1922, zoals die wetten luidden op 31 december 1956, en uitgezonderd de toeslagen krachtens de artikelen F 7a, F 11a, H 1, elfde en veertiende lid, en H 4, vijfde en zevende lid, van de Algemene militaire pensioenwet;
b. grondslagperiode: het inkomenstijdvak dat voor de vaststelling van de in onderdeel c omschreven berekeningsgrondslag in aanmerking is genomen;
c. berekeningsgrondslag: 1°. voor pensioenen waarvan de grondslagperiode eindigt voor 1 april 1991: de berekeningsgrondslag van die pensioenen, zoals laatstelijk aangepast overeenkomstig het koninklijk besluit van 24 juni 1992 (Stb. 382);
2°. voor pensioenen waarvan de grondslagperiode aanvangt voor 1 april 1991 en eindigt na 31 maart 1991, de pensioen- of berekeningsgrondslag in de zin van de Algemene militaire pensioenwet, doch indien een pensioen is afgeleid van een ander pensioen, wordt ten aanzien van dat pensioen onder pensioen- of berekeningsgrondslag verstaan de pensioen- of berekeningsgrondslag van dat andere pensioen;
3°. voor pensioenen die geheel of gedeeltelijk zijn of worden berekend met toepassing van artikel F 10b van de Algemene militaire pensioenwet: de bedragen die ingevolge dat artikel zijn afgeleid van pensioengrondslagen als bedoeld onder 1° of 2°.
1°. voor pensioenen waarvan de grondslagperiode eindigt voor 1 april 1991: de berekeningsgrondslag van die pensioenen, zoals laatstelijk aangepast overeenkomstig het koninklijk besluit van 24 juni 1992 (Stb. 382);
2°. voor pensioenen waarvan de grondslagperiode aanvangt voor 1 april 1991 en eindigt na 31 maart 1991, de pensioen- of berekeningsgrondslag in de zin van de Algemene militaire pensioenwet, doch indien een pensioen is afgeleid van een ander pensioen, wordt ten aanzien van dat pensioen onder pensioen- of berekeningsgrondslag verstaan de pensioen- of berekeningsgrondslag van dat andere pensioen;
3°. voor pensioenen die geheel of gedeeltelijk zijn of worden berekend met toepassing van artikel F 10b van de Algemene militaire pensioenwet: de bedragen die ingevolge dat artikel zijn afgeleid van pensioengrondslagen als bedoeld onder 1° of 2°.