BWBR0005915
Geldig vanaf 1993-05-14
Artikel 12
Aanpassingsregeling pensioenen 1991
1. Met ingang van 1 april 1991 luiden de bedragen in de artikelen 93en 94 van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers, zoals die artikelen luidden op 31 december 1985, als volgt:
[tabel]
2. Met ingang van 1 april 1991 luidt het in artikel 156, tweede lid, van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragersgenoemde bedrag: f 26 508,-.
3. Een pensioen dat is toegekend met toepassing van artikel 38 van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragersbedraagt met ingang van 1 april 1991 dan wel de latere datum van ingang van het pensioen ten hoogste f 44 427,-.
4. Een pensioen dat is toegekend met toepassing van artikel 83 van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragersbedraagt met ingang van 1 april 1991 dan wel de latere datum van ingang van het pensioen f 1 992,- per lidmaatschapsjaar en ten hoogste f 36 227,-.
[tabel]
2. Met ingang van 1 april 1991 luidt het in artikel 156, tweede lid, van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragersgenoemde bedrag: f 26 508,-.
3. Een pensioen dat is toegekend met toepassing van artikel 38 van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragersbedraagt met ingang van 1 april 1991 dan wel de latere datum van ingang van het pensioen ten hoogste f 44 427,-.
4. Een pensioen dat is toegekend met toepassing van artikel 83 van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragersbedraagt met ingang van 1 april 1991 dan wel de latere datum van ingang van het pensioen f 1 992,- per lidmaatschapsjaar en ten hoogste f 36 227,-.