BWBR0005849
Geldig vanaf 1993-01-17
Artikel 5
Nederlandse uitvoeringsvoorschriften belastingovereenkomst Nederland-Japan
1. Een lichaam, dat aan een lichaam dat inwoner van Japan is en dat ten minste 25 percent bezit van de stemgerechtigde aandelen van het lichaam dat de dividenden betaalt gedurende de periode van zes maanden onmiddellijk voorafgaande aan het einde van het boekjaar waarover de winstuitdeling plaatsvindt, dividenden betaalt waarop ingevolge artikel 11, derde lid, van de Overeenkomst ten hoogste 5 percent dividendbelasting mag worden ingehouden, kan bij de inspecteur binnen wiens ambtsgebied het is gevestigd, het verzoek indienen ontslagen te worden van de verplichting tot inhouding van die belasting voor zover deze meer dan 5 percent bedraagt.
2. In het verzoek wordt opgaaf verstrekt van:
a) de naam, de plaats van vestiging en het adres van het in het eerste lid bedoelde Japanse lichaam;
b) het aantal en de gezamenlijke nominale waarde van de door het Nederlandse lichaam uitgegeven stemgerechtigde aandelen;
c) het gedeelte dat het in het eerste lid bedoelde Japanse lichaam bezit van de stemgerechtigde aandelen van het Nederlandse lichaam dat de dividenden betaalt gedurende de periode van zes maanden onmiddellijk voorafgaande aan het einde van het boekjaar waarover de winstuitdeling plaatsvindt.
3. Indien de inspecteur gunstig op het verzoek beslist, blijft zijn beslissing van kracht met betrekking tot elk daarin genoemd lichaam zolang
het lichaam inwoner van Japan is, en
het lichaam ten minste 25 percent blijft bezitten van de stemgerechtigde aandelen van het Nederlandse lichaam dat de dividenden betaalt gedurende de periode van zes maanden onmiddellijk voorafgaande aan het einde van het boekjaar waarover de winstuitdeling plaatsvindt.
De bestuurder van het Nederlandse lichaam aan wie blijkt of die redelijkerwijs moet vermoeden dat zulks in enig opzicht niet meer het geval is, is gehouden daarvan aan de inspecteur schriftelijk mededeling te doen vóór de eerstvolgende vaststelling van dividend.
2. In het verzoek wordt opgaaf verstrekt van:
a) de naam, de plaats van vestiging en het adres van het in het eerste lid bedoelde Japanse lichaam;
b) het aantal en de gezamenlijke nominale waarde van de door het Nederlandse lichaam uitgegeven stemgerechtigde aandelen;
c) het gedeelte dat het in het eerste lid bedoelde Japanse lichaam bezit van de stemgerechtigde aandelen van het Nederlandse lichaam dat de dividenden betaalt gedurende de periode van zes maanden onmiddellijk voorafgaande aan het einde van het boekjaar waarover de winstuitdeling plaatsvindt.
3. Indien de inspecteur gunstig op het verzoek beslist, blijft zijn beslissing van kracht met betrekking tot elk daarin genoemd lichaam zolang
het lichaam inwoner van Japan is, en
het lichaam ten minste 25 percent blijft bezitten van de stemgerechtigde aandelen van het Nederlandse lichaam dat de dividenden betaalt gedurende de periode van zes maanden onmiddellijk voorafgaande aan het einde van het boekjaar waarover de winstuitdeling plaatsvindt.
De bestuurder van het Nederlandse lichaam aan wie blijkt of die redelijkerwijs moet vermoeden dat zulks in enig opzicht niet meer het geval is, is gehouden daarvan aan de inspecteur schriftelijk mededeling te doen vóór de eerstvolgende vaststelling van dividend.