BWBR0005849
Geldig vanaf 1993-01-17
Artikel 4
Nederlandse uitvoeringsvoorschriften belastingovereenkomst Nederland-Japan
1. Een inwoner van Japan die ingevolge artikel 11, tweede lid, of artikel 12, tweede lid, van de Overeenkomst aanspraak heeft op vermindering van dividendbelasting, maar wiens aanspraak ingevolge artikel 6van de Overeenkomst slechts betrekking heeft op dat gedeelte van de opbrengst dat is overgemaakt naar of ontvangen in Japan, heeft recht op teruggaaf van dividendbelasting, ingehouden op het gedeelte van de opbrengst dat is overgemaakt naar of ontvangen in Japan. De teruggaaf is gelijk aan het bedrag dat aan dividendbelasting meer is ingehouden dan:
15 percent indien het gaat om opbrengst van aandelen of winstbewijzen;
10 percent indien het gaat om opbrengst van winstdelende obligaties.
2. Tot het verkrijgen van de teruggaaf levert de belanghebbende bij het belastingbestuur over zijn woonplaats een ingevulde en ondertekende verklaring in tweevoud in op een formulier volgens het in bijlage II opgenomen model (formulier ‘IB 95 JAP’). Nadat hij een exemplaar van de verklaring, voorzien van dagtekening en ondertekening van de daarop voorkomende bevestiging omtrent de woonplaats, van vorenbedoeld bestuur heeft terugontvangen, zendt hij dit toe aan de inspecteur van de Belastingdienst/Particulieren/Ondernemingen buitenland, die op het verzoek beslist bij voor bezwaar vatbare beschikking.
3. Bij het exemplaar van de verklaring dat de verzoeker aan de inspecteur van de Belastingdienst/Particulieren/Ondernemingen buitenland zendt, legt hij een dividendnota over, of een afschrift daarvan, gewaarmerkt door degene die de dividendnota heeft uitgereikt, of enig ander bewijsstuk, waaruit de opbrengst waarop de verklaring betrekking heeft alsmede het bedrag van de daarop ingehouden dividendbelasting blijken. Het bewijsstuk als bovenbedoeld behoeft slechts te worden overgelegd bij de verklaring waarin de eerste overmaking uit de opbrengst waarop het bewijsstuk betrekking heeft, is vermeld.
4. Het terug te geven bedrag wordt door de ontvanger van de Belastingdienst/Particulieren/Ondernemingen buitenland ten behoeve van de belanghebbende overgemaakt naar een door belanghebbende aan te wijzen bank- of girorekening in Japan.
5. Indien de verzoeker niet kan bevestigen dat hij uit hoofde van zijn eigendomsrechten met betrekking tot de in punt 2 van het formulier ‘IB 95 JAP’ vermelde effecten, op de in dat punt vermelde datum(s) van betaalbaarstelling gerechtigd was tot de in dat punt vermelde inkomsten, dient hij hiervan uitdrukkelijk melding te maken in punt 8 van het formulier en daarbij zijn specifieke omstandigheden nader toe te lichten.
6. Indien de verzoeker niet kan bevestigen dat hij de in punt 2 van het formulier ‘IB 95 JAP’ vermelde effecten niet heeft verkregen ingevolge enige overeenkomst, optie of regeling, waarbij hij is overeengekomen of kan worden verplicht de effecten weer te verkopen of over te dragen, dient hij hiervan uitdrukkelijk melding te maken in punt 8 van het formulier en daarbij zijn specifieke omstandigheden nader toe te lichten.
15 percent indien het gaat om opbrengst van aandelen of winstbewijzen;
10 percent indien het gaat om opbrengst van winstdelende obligaties.
2. Tot het verkrijgen van de teruggaaf levert de belanghebbende bij het belastingbestuur over zijn woonplaats een ingevulde en ondertekende verklaring in tweevoud in op een formulier volgens het in bijlage II opgenomen model (formulier ‘IB 95 JAP’). Nadat hij een exemplaar van de verklaring, voorzien van dagtekening en ondertekening van de daarop voorkomende bevestiging omtrent de woonplaats, van vorenbedoeld bestuur heeft terugontvangen, zendt hij dit toe aan de inspecteur van de Belastingdienst/Particulieren/Ondernemingen buitenland, die op het verzoek beslist bij voor bezwaar vatbare beschikking.
3. Bij het exemplaar van de verklaring dat de verzoeker aan de inspecteur van de Belastingdienst/Particulieren/Ondernemingen buitenland zendt, legt hij een dividendnota over, of een afschrift daarvan, gewaarmerkt door degene die de dividendnota heeft uitgereikt, of enig ander bewijsstuk, waaruit de opbrengst waarop de verklaring betrekking heeft alsmede het bedrag van de daarop ingehouden dividendbelasting blijken. Het bewijsstuk als bovenbedoeld behoeft slechts te worden overgelegd bij de verklaring waarin de eerste overmaking uit de opbrengst waarop het bewijsstuk betrekking heeft, is vermeld.
4. Het terug te geven bedrag wordt door de ontvanger van de Belastingdienst/Particulieren/Ondernemingen buitenland ten behoeve van de belanghebbende overgemaakt naar een door belanghebbende aan te wijzen bank- of girorekening in Japan.
5. Indien de verzoeker niet kan bevestigen dat hij uit hoofde van zijn eigendomsrechten met betrekking tot de in punt 2 van het formulier ‘IB 95 JAP’ vermelde effecten, op de in dat punt vermelde datum(s) van betaalbaarstelling gerechtigd was tot de in dat punt vermelde inkomsten, dient hij hiervan uitdrukkelijk melding te maken in punt 8 van het formulier en daarbij zijn specifieke omstandigheden nader toe te lichten.
6. Indien de verzoeker niet kan bevestigen dat hij de in punt 2 van het formulier ‘IB 95 JAP’ vermelde effecten niet heeft verkregen ingevolge enige overeenkomst, optie of regeling, waarbij hij is overeengekomen of kan worden verplicht de effecten weer te verkopen of over te dragen, dient hij hiervan uitdrukkelijk melding te maken in punt 8 van het formulier en daarbij zijn specifieke omstandigheden nader toe te lichten.