BWBR0005829
Geldig vanaf 2005-10-08
Artikel 7.1
Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer
1. Met betrekking tot een aanvraag om een vergunning voor een inrichting, waarop burgemeester en wethouders bevoegd zijn of het dagelijks bestuur op grond van artikel 8.2 a, eerste lid, onder a, van de wet bevoegd is te beslissen, worden naast de in artikel 8.7, eerste lid, onder aen b, van de wet aangewezen adviseurs tevens als adviseur aangewezen:
a. de commandant van de regionale brandweer binnen wiens gebied de inrichting geheel of in hoofdzaak zal zijn of is gelegen, indien de aanvraag betrekking heeft op een inrichting die behoort tot een categorie, die is genoemd in bijlage I, onder 3.1 of 17;
b. gedeputeerde staten van de provincie, waarin de inrichting geheel of in hoofdzaak zal zijn of is gelegen, indien de inrichting of een onderdeel daarvan is gelegen in een gebied, waarvoor bij provinciale verordening regels zijn gesteld ter bescherming van de kwaliteit van het grondwater met het oog op de waterwinning;
c. gedeputeerde staten van een provincie, waarin de inrichting geheel of in hoofdzaak zal zijn of is gelegen, indien de inrichting is gelegen op een industrieterrein als bedoeld in artikel 163, tweede lid, van de Wet geluidhinder, of met betrekking waartoe toepassing is gegeven aan artikel 163, derde lid, van de Wet geluidhinder;
d. Onze Minister, indien de inrichting is gelegen op een industrieterrein als bedoeld in artikel 163, vierde lid, van de Wet geluidhinder.
2. Met betrekking tot een aanvraag om een vergunning voor een inrichting, waarop burgemeester en wethouders bevoegd zijn of het dagelijks bestuur op grond van artikel 8.2 a, eerste lid, onder a, van de wet bevoegd is te beslissen, worden als betrokken bestuursorganen, als bedoeld in artikel 8.7, derde lid, van de wet, aangewezen:
a. burgemeester en wethouders van de gemeenten, waarvan de grens is gelegen binnen een afstand van 200 meter van de plaats waar de inrichting zal zijn of is gelegen;
b. burgemeester en wethouders van de gemeenten waarvan het grondgebied is gelegen binnen de lijn van 10-8, bedoeld in bijlage III, onder 2, onder c, van het Besluit risico's zware ongevallen 1999;
c. gedeputeerde staten van een provincie waarin een gemeente is gelegen, waarvan burgemeester en wethouders ingevolge onderdeel b, betrokken bestuursorgaan zijn;
d. het dagelijks bestuur in een samenwerkingsgebied waarin een gemeente is gelegen, waarvan burgemeester en wethouders ingevolge de onderdelen a of b betrokken bestuursorgaan zijn, tenzij het dagelijks bestuur bevoegd is te beslissen op de aanvraag.
a. de commandant van de regionale brandweer binnen wiens gebied de inrichting geheel of in hoofdzaak zal zijn of is gelegen, indien de aanvraag betrekking heeft op een inrichting die behoort tot een categorie, die is genoemd in bijlage I, onder 3.1 of 17;
b. gedeputeerde staten van de provincie, waarin de inrichting geheel of in hoofdzaak zal zijn of is gelegen, indien de inrichting of een onderdeel daarvan is gelegen in een gebied, waarvoor bij provinciale verordening regels zijn gesteld ter bescherming van de kwaliteit van het grondwater met het oog op de waterwinning;
c. gedeputeerde staten van een provincie, waarin de inrichting geheel of in hoofdzaak zal zijn of is gelegen, indien de inrichting is gelegen op een industrieterrein als bedoeld in artikel 163, tweede lid, van de Wet geluidhinder, of met betrekking waartoe toepassing is gegeven aan artikel 163, derde lid, van de Wet geluidhinder;
d. Onze Minister, indien de inrichting is gelegen op een industrieterrein als bedoeld in artikel 163, vierde lid, van de Wet geluidhinder.
2. Met betrekking tot een aanvraag om een vergunning voor een inrichting, waarop burgemeester en wethouders bevoegd zijn of het dagelijks bestuur op grond van artikel 8.2 a, eerste lid, onder a, van de wet bevoegd is te beslissen, worden als betrokken bestuursorganen, als bedoeld in artikel 8.7, derde lid, van de wet, aangewezen:
a. burgemeester en wethouders van de gemeenten, waarvan de grens is gelegen binnen een afstand van 200 meter van de plaats waar de inrichting zal zijn of is gelegen;
b. burgemeester en wethouders van de gemeenten waarvan het grondgebied is gelegen binnen de lijn van 10-8, bedoeld in bijlage III, onder 2, onder c, van het Besluit risico's zware ongevallen 1999;
c. gedeputeerde staten van een provincie waarin een gemeente is gelegen, waarvan burgemeester en wethouders ingevolge onderdeel b, betrokken bestuursorgaan zijn;
d. het dagelijks bestuur in een samenwerkingsgebied waarin een gemeente is gelegen, waarvan burgemeester en wethouders ingevolge de onderdelen a of b betrokken bestuursorgaan zijn, tenzij het dagelijks bestuur bevoegd is te beslissen op de aanvraag.