BWBR0005829
Geldig vanaf 2005-10-08
Artikel 2.4
Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer
1. Als categorie van inrichtingen als bedoeld in artikel 41, derde lid, van de Wet geluidhinder, die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken, worden aangewezen de categorieën van inrichtingen die zijn genoemd in bijlage I, onder:
1.3, onder a, b, voor zover het thermisch vermogen 75 MW of meer bedraagt, c, 1° en 2°, en d, waarbij voor de toepassing van onderdeel 1.3 veiligheidsfakkels ten behoeve van de opsporing of winning van aardgas buiten beschouwing blijven,
2.6, onder b, voor zover het betreft aardgasbehandelingsinstallaties bij aardgaswinputten en gasverzamelinrichtingen, en c,
4.3, onder d,
5.3, onder b,
6.2,
9.3,
11.3, onder atot en met e, onder gen onder k,
12.2, onder atot en met g,
12.2, onder h, voor zover het smeltpunt van de metalen of hun legeringen hoger is dan 800 K,
13.3, onder b,
14.2, voor zover een rangeerheuvel aanwezig is,
16.2,
19.2,
20.1, onder b,
24.2 en
27.3.
2. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel 1.3, onder b, voor zover het thermisch vermogen 75 MW of meer bedraagt, blijven buiten beschouwing inrichtingen voor het verstoken van biomassa waarvan het equivalente geluidsniveau (LAr, LT), veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige vast opgestelde toestellen en installaties, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten op de grens van het bedrijventerrein niet meer bedraagt dan:
a. 50 dB(A) tussen 07.00 en 19.00 uur;
b. 45 dB(A) tussen 19.00 en 23.00 uur;
c. 40 dB(A) tussen 23.00 en 07.00 uur.
1.3, onder a, b, voor zover het thermisch vermogen 75 MW of meer bedraagt, c, 1° en 2°, en d, waarbij voor de toepassing van onderdeel 1.3 veiligheidsfakkels ten behoeve van de opsporing of winning van aardgas buiten beschouwing blijven,
2.6, onder b, voor zover het betreft aardgasbehandelingsinstallaties bij aardgaswinputten en gasverzamelinrichtingen, en c,
4.3, onder d,
5.3, onder b,
6.2,
9.3,
11.3, onder atot en met e, onder gen onder k,
12.2, onder atot en met g,
12.2, onder h, voor zover het smeltpunt van de metalen of hun legeringen hoger is dan 800 K,
13.3, onder b,
14.2, voor zover een rangeerheuvel aanwezig is,
16.2,
19.2,
20.1, onder b,
24.2 en
27.3.
2. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel 1.3, onder b, voor zover het thermisch vermogen 75 MW of meer bedraagt, blijven buiten beschouwing inrichtingen voor het verstoken van biomassa waarvan het equivalente geluidsniveau (LAr, LT), veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige vast opgestelde toestellen en installaties, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten op de grens van het bedrijventerrein niet meer bedraagt dan:
a. 50 dB(A) tussen 07.00 en 19.00 uur;
b. 45 dB(A) tussen 19.00 en 23.00 uur;
c. 40 dB(A) tussen 23.00 en 07.00 uur.