BWBR0005828
Geldig vanaf 1993-01-15
Artikel 6
Besluit rendementseisen cv-ketels
1. Ketels dienen, ten blijke van het voldoen aan de voorschriften van dit besluit, te zijn voorzien van de CE-markering en vergezeld te gaan van de EG-conformiteitsverklaring.
2. De CE-markering en de EG-conformiteitsverklaring mogen uitsluitend worden aangebracht onderscheidenlijk bijgevoegd:
a. indien het desbetreffende type blijkens een verklaring van EG-type-onderzoek overeenkomstig de in bijlage III van de richtlijn beschreven procedure is goedgekeurd,
b. zolang de vervaardiging van de desbetreffende ketels geschiedt met inachtneming van een van de drie in bijlage IV van de richtlijn beschreven procedures en
c. zolang wordt voldaan aan de verplichtingen die in het kader van de onder a en b bedoelde procedures rusten op de fabrikant, diens in de gebieden waarop de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van toepassing is gevestigde gemachtigde dan wel de persoon die met het in de handel brengen van de desbetreffende ketels in die gebieden is belast.
3. Voor de beoordeling van het voldoen aan de voorschriften van dit besluit van ketels waarop het Warenwetbesluit gastoestellen(Stb. 1992, 124) van toepassing is, zijn in afwijking van het tweede lid, onder a en b, de in de bij dat besluit behorende bijlage III, onder A en B, beschreven procedures van overeenkomstige toepassing.
4. Onderdelen dienen te zijn voorzien van de CE-markering en vergezeld te gaan van de EG-conformiteitsverklaring, waarin de parameters worden aangegeven waarmee, na assemblage, de desbetreffende ketels kunnen voldoen aan de rendementseisen, bedoeld in artikel 4, eerste lid.
5. De CE-markering moet zichtbaar, gemakkelijk leesbaar en onuitwisbaar op de ketels en de onderdelen zijn aangebracht en, indien van toepassing, gevolgd worden door het in bijlage IV, module D, onder 1, en module E, onder 1, van de richtlijn bedoelde identificatienummer. Op ketels en onderdelen mogen slechts andere markeringen worden aangebracht indien daardoor de zichtbaarheid en leesbaarheid van de CE-markering niet worden verminderd.
2. De CE-markering en de EG-conformiteitsverklaring mogen uitsluitend worden aangebracht onderscheidenlijk bijgevoegd:
a. indien het desbetreffende type blijkens een verklaring van EG-type-onderzoek overeenkomstig de in bijlage III van de richtlijn beschreven procedure is goedgekeurd,
b. zolang de vervaardiging van de desbetreffende ketels geschiedt met inachtneming van een van de drie in bijlage IV van de richtlijn beschreven procedures en
c. zolang wordt voldaan aan de verplichtingen die in het kader van de onder a en b bedoelde procedures rusten op de fabrikant, diens in de gebieden waarop de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van toepassing is gevestigde gemachtigde dan wel de persoon die met het in de handel brengen van de desbetreffende ketels in die gebieden is belast.
3. Voor de beoordeling van het voldoen aan de voorschriften van dit besluit van ketels waarop het Warenwetbesluit gastoestellen(Stb. 1992, 124) van toepassing is, zijn in afwijking van het tweede lid, onder a en b, de in de bij dat besluit behorende bijlage III, onder A en B, beschreven procedures van overeenkomstige toepassing.
4. Onderdelen dienen te zijn voorzien van de CE-markering en vergezeld te gaan van de EG-conformiteitsverklaring, waarin de parameters worden aangegeven waarmee, na assemblage, de desbetreffende ketels kunnen voldoen aan de rendementseisen, bedoeld in artikel 4, eerste lid.
5. De CE-markering moet zichtbaar, gemakkelijk leesbaar en onuitwisbaar op de ketels en de onderdelen zijn aangebracht en, indien van toepassing, gevolgd worden door het in bijlage IV, module D, onder 1, en module E, onder 1, van de richtlijn bedoelde identificatienummer. Op ketels en onderdelen mogen slechts andere markeringen worden aangebracht indien daardoor de zichtbaarheid en leesbaarheid van de CE-markering niet worden verminderd.