Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
ketel:het geheel van een ketellichaam en een brander van een uitsluitend met vloeibare of gasvormige brandstoffen gestookt en voor verwarming van een of meer ruimten bestemd toestel, dat de verbrandingswarmte op water overbrengt, met een nominaal vermogen van niet minder dan 4 kW en niet meer dan 400 kW;
onderdeel:
a. een ketellichaam waarop een brander behoort te worden gemonteerd dan wel
b. een brander die op een ketellichaam behoort te worden gemonteerd,
een en ander ten einde te zamen een ketel te vormen;
nominaal vermogenof Pn: het maximale verwarmingsvermogen, uitgedrukt in kW, dat een ketel kan afgeven bij de door de fabrikant opgegeven nominale belasting en bij een gemiddelde bedrijfstemperatuur van 70 °C;
gemiddelde bedrijfstemperatuur:het gemiddelde van de intrede- en uittredetemperatuur van het water in de ketel;
deellast:de verhouding, uitgedrukt in een percentage, tussen het vermogen van een ketel, die werkt bij tussenpozen of op een vermogen lager dan het nominale vermogen, en dat nominale vermogen;
waterzijdig rendement:de verhouding, uitgedrukt in een percentage, tussen de hoeveelheid warmte, in een bepaalde tijdseenheid overgedragen op het water in een ketel, en het produkt van de calorische benedenwaarde bij constante druk van de brandstof en het brandstofverbruik in diezelfde tijdseenheid;
gasgestookte condenserende ketel:een met gasvormige brandstof gestookte ketel die zodanig is ontworpen dat er permanent een belangrijk deel van de waterdamp in de rookgassen kan condenseren;
oliegestookte condenserende ketel:een met vloeibare brandstof gestookte ketel die zodanig is ontworpen dat er onder bepaalde omstandigheden een deel van de waterdamp in de rookgassen kan condenseren;
lage-temperatuurketel:een ketel die zodanig is ontworpen dat hij permanent in bedrijf kan zijn met een intredetemperatuur van het water in de ketel van 35 tot 40 °C en dat er onder bepaalde omstandigheden een deel van de waterdamp in de rookgassen kan condenseren;
richtlijn:de richtlijn nr. 92/42/EEGvan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 mei 1992 betreffende de rendementseisen voor nieuwe olie- en gasgestookte centrale-verwarmingsketels ( PbEGL 167);
CE-markering: de in bijlage I, onder 1, eerste gedachtenstreepje, van de richtlijn weergegeven markering;
EG-conformiteitsverklaring:een verklaring van overeenstemming als bedoeld in bijlage IV van de richtlijn.
ketel:het geheel van een ketellichaam en een brander van een uitsluitend met vloeibare of gasvormige brandstoffen gestookt en voor verwarming van een of meer ruimten bestemd toestel, dat de verbrandingswarmte op water overbrengt, met een nominaal vermogen van niet minder dan 4 kW en niet meer dan 400 kW;
onderdeel:
a. een ketellichaam waarop een brander behoort te worden gemonteerd dan wel
b. een brander die op een ketellichaam behoort te worden gemonteerd,
een en ander ten einde te zamen een ketel te vormen;
nominaal vermogenof Pn: het maximale verwarmingsvermogen, uitgedrukt in kW, dat een ketel kan afgeven bij de door de fabrikant opgegeven nominale belasting en bij een gemiddelde bedrijfstemperatuur van 70 °C;
gemiddelde bedrijfstemperatuur:het gemiddelde van de intrede- en uittredetemperatuur van het water in de ketel;
deellast:de verhouding, uitgedrukt in een percentage, tussen het vermogen van een ketel, die werkt bij tussenpozen of op een vermogen lager dan het nominale vermogen, en dat nominale vermogen;
waterzijdig rendement:de verhouding, uitgedrukt in een percentage, tussen de hoeveelheid warmte, in een bepaalde tijdseenheid overgedragen op het water in een ketel, en het produkt van de calorische benedenwaarde bij constante druk van de brandstof en het brandstofverbruik in diezelfde tijdseenheid;
gasgestookte condenserende ketel:een met gasvormige brandstof gestookte ketel die zodanig is ontworpen dat er permanent een belangrijk deel van de waterdamp in de rookgassen kan condenseren;
oliegestookte condenserende ketel:een met vloeibare brandstof gestookte ketel die zodanig is ontworpen dat er onder bepaalde omstandigheden een deel van de waterdamp in de rookgassen kan condenseren;
lage-temperatuurketel:een ketel die zodanig is ontworpen dat hij permanent in bedrijf kan zijn met een intredetemperatuur van het water in de ketel van 35 tot 40 °C en dat er onder bepaalde omstandigheden een deel van de waterdamp in de rookgassen kan condenseren;
richtlijn:de richtlijn nr. 92/42/EEGvan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 mei 1992 betreffende de rendementseisen voor nieuwe olie- en gasgestookte centrale-verwarmingsketels ( PbEGL 167);
CE-markering: de in bijlage I, onder 1, eerste gedachtenstreepje, van de richtlijn weergegeven markering;
EG-conformiteitsverklaring:een verklaring van overeenstemming als bedoeld in bijlage IV van de richtlijn.