BWBR0005821
Geldig vanaf 29-01-1993
Artikel 8
Reglement op de Tuchtrechtspraak
1. Het tuchtgerecht is bevoegd terzake van de in artikel 7 bedoelde overtreding één of meer van de volgende maatregelen op te leggen:
a. berisping;
b. geldboete van ten hoogste ƒ 10.000,–;
c. het stellen van de aangeslotene onder verscherpte controle op zijn kosten voor ten hoogste twee jaren;
d. openbaarmaking van de tuchtbeschikking op kosten van de aangeslotene.
2. De tuchtrechtelijke maatregel van berisping bestaat uit een schriftelijke of mondeling vermaan tot de betrokkene in verband met het begane feit.
3. Het bedrag van de geldboete is tenminste vijftig cents.
4. In de gevallen, waarin het tuchtgerecht de openbaarmaking van zijn tuchtbeschikking belast, bepaalt het tevens de wijze, waarop aan die last uitvoering wordt gegeven. De kosten van openbaarmaking worden in de tuchtbeschikking op een bepaald bedrag geschat.
a. berisping;
b. geldboete van ten hoogste ƒ 10.000,–;
c. het stellen van de aangeslotene onder verscherpte controle op zijn kosten voor ten hoogste twee jaren;
d. openbaarmaking van de tuchtbeschikking op kosten van de aangeslotene.
2. De tuchtrechtelijke maatregel van berisping bestaat uit een schriftelijke of mondeling vermaan tot de betrokkene in verband met het begane feit.
3. Het bedrag van de geldboete is tenminste vijftig cents.
4. In de gevallen, waarin het tuchtgerecht de openbaarmaking van zijn tuchtbeschikking belast, bepaalt het tevens de wijze, waarop aan die last uitvoering wordt gegeven. De kosten van openbaarmaking worden in de tuchtbeschikking op een bepaald bedrag geschat.
- Citeren als
- Art. 8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0005821
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl