BWBR0005690
Geldig vanaf 1992-10-22
Artikel 5
Overgangsregeling Besluit woninggebonden subsidies 1993
1. De Regeling geldelijke steun eigen woonwagens (Stcrt. 1989, 211) wordt met ingang van 1 januari 1993 ingetrokken, behoudens het bepaalde in het tweede tot en met het zevende lid.
2. Op de bouw, de melding van voltooiing en de exploitatie van woonwagens, waarvoor vóór 1 januari 1993 door de minister geldelijke steun op voet van de in het eerste lid genoemde regeling is verleend, blijft die regeling van toepassing zoals zij op het tijdstip van de beslissing van de minister tot verlening daarvan luidde. Tevens blijven de artikelen 24 tot en met 29 van die regeling van toepassing op verlening van geldelijke steun ten behoeve van latere eigenaren van die woonwagens.
3. Aanvragen om verlening van geldelijke steun als bedoeld in de artikelen 4 en 24 van de in het eerste lid genoemde regeling, die vóór 1 januari 1993 bij de minister zijn ingediend en waarop de minister op die datum nog niet heeft beslist, worden behandeld op voet van die regeling zoals zij luidde op het tijdstip van die indiening.
4. Aanvragen om verlening van geldelijke steun ten behoeve van eerste eigenaren van woonwagens op voet van de in het eerste lid genoemde regeling, die voor 1 januari 1993 bij de gemeente zijn ingediend, worden behandeld op voet van die regeling zoals zij luidde op het tijdstip van die indiening, indien de gemeente de aanvraag vóór 1 april 1993 bij de minister heeft ingediend. Aanvragen om verlening van geldelijke steun ten behoeve van latere eigenaren van die woonwagens worden behandeld op voet van de artikelen 24 tot en met 29 van die regeling zoals die luidden op het tijdstip, bedoeld in de eerste volzin, indien de gemeente een aanvraag als bedoeld in die volzin voor 1 april 1993 bij de minister heeft ingediend.
5. Op geldelijke steun voor door eigenaren bewoonde woonwagens, verleend op voet van:
a. de Beschikking geldelijke steun woonwagens;
b. de Beschikking geldelijke steun woonwagens 1984; of
c. de Regeling jaarlijkse bijdragen eigen woonwagens, (Stcrt. 1985, 2) blijven die regelingen van toepassing.
6. De in het vijfde lid, onderdelen a en b, genoemde regelingen blijven van toepassing, indien het gemeentebestuur op 1 januari 1993 nog geen beroep op de minister heeft gedaan om op voet van een van die regelingen deel te nemen in het verlies, dat voor de gemeente voortvloeit uit het garanderen van rente en aflossing van een voor 1 juli 1987 gesloten lening in verband met het verkrijgen in eigendom van een woonwagen, en sinds het sluiten van die lening die eigendom niet is overgegaan.
7. De in het vijfde lid, onderdeel c, genoemde regeling blijft van toepassing op na 1 juli 1987 door het gemeentebestuur ingediende aanvragen om een jaarlijkse bijdrage ten behoeve van het in eigendom verkrijgen van een woonwagen door latere eigenaren, voor het verkrijgen in eigendom waarvan de minister reeds eerder een jaarlijkse bijdrage heeft verstrekt op voet van een van de in het vijfde lid, onderdeel a en b, genoemde regelingen.
2. Op de bouw, de melding van voltooiing en de exploitatie van woonwagens, waarvoor vóór 1 januari 1993 door de minister geldelijke steun op voet van de in het eerste lid genoemde regeling is verleend, blijft die regeling van toepassing zoals zij op het tijdstip van de beslissing van de minister tot verlening daarvan luidde. Tevens blijven de artikelen 24 tot en met 29 van die regeling van toepassing op verlening van geldelijke steun ten behoeve van latere eigenaren van die woonwagens.
3. Aanvragen om verlening van geldelijke steun als bedoeld in de artikelen 4 en 24 van de in het eerste lid genoemde regeling, die vóór 1 januari 1993 bij de minister zijn ingediend en waarop de minister op die datum nog niet heeft beslist, worden behandeld op voet van die regeling zoals zij luidde op het tijdstip van die indiening.
4. Aanvragen om verlening van geldelijke steun ten behoeve van eerste eigenaren van woonwagens op voet van de in het eerste lid genoemde regeling, die voor 1 januari 1993 bij de gemeente zijn ingediend, worden behandeld op voet van die regeling zoals zij luidde op het tijdstip van die indiening, indien de gemeente de aanvraag vóór 1 april 1993 bij de minister heeft ingediend. Aanvragen om verlening van geldelijke steun ten behoeve van latere eigenaren van die woonwagens worden behandeld op voet van de artikelen 24 tot en met 29 van die regeling zoals die luidden op het tijdstip, bedoeld in de eerste volzin, indien de gemeente een aanvraag als bedoeld in die volzin voor 1 april 1993 bij de minister heeft ingediend.
5. Op geldelijke steun voor door eigenaren bewoonde woonwagens, verleend op voet van:
a. de Beschikking geldelijke steun woonwagens;
b. de Beschikking geldelijke steun woonwagens 1984; of
c. de Regeling jaarlijkse bijdragen eigen woonwagens, (Stcrt. 1985, 2) blijven die regelingen van toepassing.
6. De in het vijfde lid, onderdelen a en b, genoemde regelingen blijven van toepassing, indien het gemeentebestuur op 1 januari 1993 nog geen beroep op de minister heeft gedaan om op voet van een van die regelingen deel te nemen in het verlies, dat voor de gemeente voortvloeit uit het garanderen van rente en aflossing van een voor 1 juli 1987 gesloten lening in verband met het verkrijgen in eigendom van een woonwagen, en sinds het sluiten van die lening die eigendom niet is overgegaan.
7. De in het vijfde lid, onderdeel c, genoemde regeling blijft van toepassing op na 1 juli 1987 door het gemeentebestuur ingediende aanvragen om een jaarlijkse bijdrage ten behoeve van het in eigendom verkrijgen van een woonwagen door latere eigenaren, voor het verkrijgen in eigendom waarvan de minister reeds eerder een jaarlijkse bijdrage heeft verstrekt op voet van een van de in het vijfde lid, onderdeel a en b, genoemde regelingen.