1. De Regeling geldelijke steun huurwoonwagens (Stcrt. 1989, 211) wordt met ingang van 1 januari 1993 ingetrokken, behoudens het bepaalde in het tweede tot en met het zesde lid.
2. Op de bouw, de melding van voltooiing en de exploitatie van woonwagens, waarvoor vóór 1 januari 1993 geldelijke steun op voet van de in het eerste lid genoemde regeling is verleend, blijft die regeling, behoudens het bepaalde in het vierde, zevende, achtste en negende lid, van toepassing zoals zij op het tijdstip van de beslissing van de minister tot verlening daarvan luidde.
3. Aanvragen om verlening van geldelijke steun op voet van de in het eerste lid genoemde regeling, die vóór 1 januari 1993 bij de minister zijn ingediend en waarop de minister op die datum nog niet heeft beslist, worden behandeld op voet van die regeling zoals zij luidde op het tijdstip van die indiening.
4. De minister kan de huurprijs, bedoeld in artikel 20 van de in het eerste lid genoemde regeling, wijzigen. De minister maakt de gewijzigde huurprijs bekend in de Staatscourant.
5. Op geldelijke steun voor verhuurde woonwagens, verleend op voet van:
a. de Beschikking geldelijke steun woonwagens (Stcrt. 1981, 16), of
b. de Beschikking geldelijke steun woonwagens 1984 (Stcrt. 139), blijven die regelingen van toepassing, behoudens het bepaalde in het zevende, achtste en negende lid
6. De minister kan besluiten, dat op verlening van geldelijke steun voor dezelfde woonwagen, als waarvoor geldelijke steun is verleend op voet van de in het vijfde lid, onderdeel a, genoemde regeling, de in onderdeel b van dat lid genoemde regeling van toepassing is.
7. Bij de berekening van de geldelijke steun voor een woonwagen als bedoeld in het tweede lid of de aanhef van het vijfde lid worden de constante en de variabele exploitatiekosten van die woonwagen, alsmede de huurprijs van die woonwagen, verminderd met respectievelijk de omzetbelasting in de zin van de
Wet op de omzetbelasting 1968die in verband met die kosten ten hoogste kan worden teruggegeven onder toepassing van
artikel 29 van die wet, en de omzetbelasting die ingevolge
die wetover die huurprijs wordt geheven.
8. Bij de berekening van de geldelijke steun voor een woonwagen als bedoeld in het tweede lid of de aanhef van het vijfde lid wordt de omzetbelasting in verband met de aanschaf van die woonwagen, die over enig jaar ten hoogste kan worden teruggegeven onder toepassing van
artikel 29 van de Wet op de omzetbelasting 1968, aangemerkt als op de laatste dag van dat jaar genoten inkomsten uit exploitatie van die woonwagen.
9. De geldelijke steun voor een woonwagen als bedoeld in het tweede lid of de aanhef van het vijfde lid is het bedrag aan geldelijke steun als berekend volgens de in het eerste of vijfde lid, onderdeel a of b, genoemde regeling onder toepassing van het zevende en achtste lid van deze regeling, vermenigvuldigd met een factor die gelijk is aan 1 + (x/100), in welke formule de factor x gelijk is aan het percentage, genoemd in
artikel 9, eerste lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968.