BWBR0005687
Geldig vanaf 1992-11-05
Artikel 5
Besluit collectieve preventie volksgezondheid
1. Met het oog op de uitvoering van de in artikel 2 van de wetomschreven taak dienen de deskundigen bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de wette voldoen aan de navolgende eisen:
a. de arts is ingeschreven in het Register van Artsen Maatschappij en Gezondheid van de KNMG;
b. de deskundige op het terrein van de verpleegkunde is verpleegkundige en in het bezit van het diploma HBO-V;
c. de epidemioloog is geregistreerd als epidemioloog A in het register van de Vereniging voor Epidemiologie of als epidemioloog B door de Stichting voor opleiding tot Medisch Biologisch Wetenschappelijk Onderzoeker.
2. Met het oog op de uitvoering van de in artikel 3omschreven taak met betrekking tot infectieziekten dienen de deskundigen bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de wette voldoen aan de navolgende eisen:
a. de arts, belast met de preventie van tuberculose, is ingeschreven als arts tuberculosebestrijding in het Register van Artsen Maatschappij en Gezondheid van de KNMG en opgeleid in de tuberculosebestrijding, danwel als longarts in het desbetreffende Specialisten-Register van de KNMG;
b. de arts, belast met de bestrijding van infectieziekten, is ingeschreven als arts infectieziektebestrijding in het Register van Artsen Maatschappij en Gezondheid van de KNMG en opgeleid in de infectieziektebestrijding.
c. de deskundige op het terrein van de verpleegkunde is verpleegkundige en in het bezit van het diploma HBO-V;
3. Met het oog op de uitvoering van de in artikel 3a van de wetomschreven taak terzake van gezondheidsrisico's voor jeugdigen dienen, voor zover deze taak of onderdelen daarvan worden uitgevoerd door de gemeentelijke gezondheidsdienst, de deskundigen bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de wette voldoen aan de navolgende eisen:
a. de arts is ingeschreven in het Register van Artsen Maatschappij en Gezondheid van de KNMG en opgeleid in de jeugdgezondheidszorg;
b. de arts in het bezit van het certificaat van de applicatiecursus voor consultatiebureauarts;
c. de deskundige op het terrein van de verpleegkunde is verpleegkundige en in het bezit van het diploma HBO-V;
d. de deskundige op het terrein van de gedragswetenschappen heeft een universitaire opleiding psychologie of pedagogiek, of is in het bezit van de akte M.O.-B, pedagogiek;
e. de deskundige op het gebied van de tandzorg is tandarts of mondhygiënist.
4. Met het oog op de uitvoering van de medisch milieukundige taak, vervat in artikel 2, tweede lid, onder d, van de wetdient de arts, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder a, van de wet, belast met de medisch milieukundige taak, ingeschreven te zijn als sociaal geneeskundige in het Register van Artsen Maatschappij en Gezondheid van de KNMG en opgeleid in de Medische Milieukunde.
a. de arts is ingeschreven in het Register van Artsen Maatschappij en Gezondheid van de KNMG;
b. de deskundige op het terrein van de verpleegkunde is verpleegkundige en in het bezit van het diploma HBO-V;
c. de epidemioloog is geregistreerd als epidemioloog A in het register van de Vereniging voor Epidemiologie of als epidemioloog B door de Stichting voor opleiding tot Medisch Biologisch Wetenschappelijk Onderzoeker.
2. Met het oog op de uitvoering van de in artikel 3omschreven taak met betrekking tot infectieziekten dienen de deskundigen bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de wette voldoen aan de navolgende eisen:
a. de arts, belast met de preventie van tuberculose, is ingeschreven als arts tuberculosebestrijding in het Register van Artsen Maatschappij en Gezondheid van de KNMG en opgeleid in de tuberculosebestrijding, danwel als longarts in het desbetreffende Specialisten-Register van de KNMG;
b. de arts, belast met de bestrijding van infectieziekten, is ingeschreven als arts infectieziektebestrijding in het Register van Artsen Maatschappij en Gezondheid van de KNMG en opgeleid in de infectieziektebestrijding.
c. de deskundige op het terrein van de verpleegkunde is verpleegkundige en in het bezit van het diploma HBO-V;
3. Met het oog op de uitvoering van de in artikel 3a van de wetomschreven taak terzake van gezondheidsrisico's voor jeugdigen dienen, voor zover deze taak of onderdelen daarvan worden uitgevoerd door de gemeentelijke gezondheidsdienst, de deskundigen bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de wette voldoen aan de navolgende eisen:
a. de arts is ingeschreven in het Register van Artsen Maatschappij en Gezondheid van de KNMG en opgeleid in de jeugdgezondheidszorg;
b. de arts in het bezit van het certificaat van de applicatiecursus voor consultatiebureauarts;
c. de deskundige op het terrein van de verpleegkunde is verpleegkundige en in het bezit van het diploma HBO-V;
d. de deskundige op het terrein van de gedragswetenschappen heeft een universitaire opleiding psychologie of pedagogiek, of is in het bezit van de akte M.O.-B, pedagogiek;
e. de deskundige op het gebied van de tandzorg is tandarts of mondhygiënist.
4. Met het oog op de uitvoering van de medisch milieukundige taak, vervat in artikel 2, tweede lid, onder d, van de wetdient de arts, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder a, van de wet, belast met de medisch milieukundige taak, ingeschreven te zijn als sociaal geneeskundige in het Register van Artsen Maatschappij en Gezondheid van de KNMG en opgeleid in de Medische Milieukunde.