BWBR0005605
Geldig vanaf 1992-09-03
Artikel 7
Vrijstellingsregeling diergeneesmiddelen voor EEG-dierenartsen.
1. De in artikel 2bedoelde dierenarts is verplicht in het geval door hem een diergeneesmiddel is toegepast of afgeleverd een nauwkeurige administratie bij te houden van:
a. het toegepaste en afgeleverde diergeneesmiddel alsmede de voorgeschreven dosis;
b. naam en adres van de houder van de dieren;
c. de behandelde dieren;
d. de gestelde diagnose;
e. de duur van de behandeling en de door hem opgegeven wachttermijn, indien voor het betrokken diergeneesmiddel een wachttermijn in acht moet worden genomen.
2. De in artikel 2bedoelde dierenarts is verplicht de in het eerste lid bedoelde gegevens tenminste drie jaar te bewaren en op eerste afroep aan de ingevolge artikel 17, eerste lid, onderdeel 2, van de Wet op de economische delictenmet de opsporing belaste personen, te tonen.
a. het toegepaste en afgeleverde diergeneesmiddel alsmede de voorgeschreven dosis;
b. naam en adres van de houder van de dieren;
c. de behandelde dieren;
d. de gestelde diagnose;
e. de duur van de behandeling en de door hem opgegeven wachttermijn, indien voor het betrokken diergeneesmiddel een wachttermijn in acht moet worden genomen.
2. De in artikel 2bedoelde dierenarts is verplicht de in het eerste lid bedoelde gegevens tenminste drie jaar te bewaren en op eerste afroep aan de ingevolge artikel 17, eerste lid, onderdeel 2, van de Wet op de economische delictenmet de opsporing belaste personen, te tonen.