BWBR0005605
Geldig vanaf 1992-09-03
Artikel 3
Vrijstellingsregeling diergeneesmiddelen voor EEG-dierenartsen.
Het is de in artikel 2bedoelde dierenarts slechts toegestaan een niet in Nederland geregistreerd diergeneesmiddel voorhanden te hebben, af te leveren of toe te passen, onverminderd het bepaalde in artikel 6, indien:
a. het betrokken diergeneesmiddel in de Lid-Staat alwaar de dierenarts als zodanig is gevestigd, officieel overeenkomstig de bepalingen van richtlijn nr. 2001/82/EG is toegelaten en het diergeneesmiddel uitsluitend wordt toegepast onder de voorwaarden waaronder die toelating is verleend;
b. de betrokken hoeveelheid van het diergemeesmiddel de normale dagelijkse behoefte voor de uitoefening van de diergeneeskunde volgens goed veterinair gebruik door een dierenarts niet overschrijdt, en
c. in het geval dat hij het diergeneesmiddel toepast bij dieren die plegen te worden geconsumeerd, hij kan aantonen dat het betrokken diergeneesmiddel kwalitatief en kwantitatief hetzelfde of dezelfde werkzame bestanddelen bevat als een hier in Nederland voor eenzelfde therapeutisch doel geregistreerd diergeneesmiddel.
a. het betrokken diergeneesmiddel in de Lid-Staat alwaar de dierenarts als zodanig is gevestigd, officieel overeenkomstig de bepalingen van richtlijn nr. 2001/82/EG is toegelaten en het diergeneesmiddel uitsluitend wordt toegepast onder de voorwaarden waaronder die toelating is verleend;
b. de betrokken hoeveelheid van het diergemeesmiddel de normale dagelijkse behoefte voor de uitoefening van de diergeneeskunde volgens goed veterinair gebruik door een dierenarts niet overschrijdt, en
c. in het geval dat hij het diergeneesmiddel toepast bij dieren die plegen te worden geconsumeerd, hij kan aantonen dat het betrokken diergeneesmiddel kwalitatief en kwantitatief hetzelfde of dezelfde werkzame bestanddelen bevat als een hier in Nederland voor eenzelfde therapeutisch doel geregistreerd diergeneesmiddel.