BWBR0005602
Geldig vanaf 1992-07-24
Artikel 11
Regeling keuring en handelsverkeer vleesproducten 1993
1. De eisen, bedoeld in artikel 69 van de Veewetzijn voor wat betreft de uitvoer, bedoeld in de artikelen 9en 10de volgende:
a. in geval van uitvoer naar meer dan één bestemming moeten er van de producten evenveel partijen worden gemaakt als er bestemmingen zijn en dient elke partij te zijn voorzien van de dienaangaande op grond van de artikelen 9 en 10 vereiste bewijsstukken;
b. in geval van uitvoer van producten afkomstig uit een derde land naar een derde land: heeft de Minister vooraf toestemming verleend voor het brengen van de partij in Nederland;
heeft de belanghebbende bij de lading voor het brengen van de partij in Nederland aan de Minister schriftelijk toegezegd de partij weer in bezit te zullen nemen en schriftelijk toegezegd de producten overeenkomstig artikel 17 van richtlijn 97/78/EG te behandelen, indien de producten in het derde land worden geweigerd;
vindt het vervoer over Nederlands grondgebied onder douanetoezicht plaats zonder splitsing of lossing van de partij in verzegelde voertuigen of verzegelde containers;
heeft de Minister vooraf toestemming verleend voor het brengen van de partij in Nederland;
heeft de belanghebbende bij de lading voor het brengen van de partij in Nederland aan de Minister schriftelijk toegezegd de partij weer in bezit te zullen nemen en schriftelijk toegezegd de producten overeenkomstig artikel 17 van richtlijn 97/78/EG te behandelen, indien de producten in het derde land worden geweigerd;
vindt het vervoer over Nederlands grondgebied onder douanetoezicht plaats zonder splitsing of lossing van de partij in verzegelde voertuigen of verzegelde containers;
c. indien de producten bestemd zijn voor een derde land, dient te zijn voldaan aan het bepaalde in artikel 3, tweede lid, tweede alinea, van richtlijn 89/662/EEG;
d. de producten mogen geen tekenen van bederf of andere ondeugdelijkheden vertonen;
e. is voldaan aan: 1°. de artikelen 4, eerste, tweede en zesde lid, 8, eerste lid, 9, eerste en derde lid, en 13 van verordening 1829/2003;
2°. de artikelen 4, eerste, tweede, vierde en zesde lid, en 5, eerste en tweede lid, van verordening 1830/2003.
1°. de artikelen 4, eerste, tweede en zesde lid, 8, eerste lid, 9, eerste en derde lid, en 13 van verordening 1829/2003;
2°. de artikelen 4, eerste, tweede, vierde en zesde lid, en 5, eerste en tweede lid, van verordening 1830/2003.
2. Ten aanzien van het vervoer, bedoeld in artikel 9, derde lid, en 10, tweede lid, is het bepaalde in het eerste lid van overeenkomstige toepassing.
a. in geval van uitvoer naar meer dan één bestemming moeten er van de producten evenveel partijen worden gemaakt als er bestemmingen zijn en dient elke partij te zijn voorzien van de dienaangaande op grond van de artikelen 9 en 10 vereiste bewijsstukken;
b. in geval van uitvoer van producten afkomstig uit een derde land naar een derde land: heeft de Minister vooraf toestemming verleend voor het brengen van de partij in Nederland;
heeft de belanghebbende bij de lading voor het brengen van de partij in Nederland aan de Minister schriftelijk toegezegd de partij weer in bezit te zullen nemen en schriftelijk toegezegd de producten overeenkomstig artikel 17 van richtlijn 97/78/EG te behandelen, indien de producten in het derde land worden geweigerd;
vindt het vervoer over Nederlands grondgebied onder douanetoezicht plaats zonder splitsing of lossing van de partij in verzegelde voertuigen of verzegelde containers;
heeft de Minister vooraf toestemming verleend voor het brengen van de partij in Nederland;
heeft de belanghebbende bij de lading voor het brengen van de partij in Nederland aan de Minister schriftelijk toegezegd de partij weer in bezit te zullen nemen en schriftelijk toegezegd de producten overeenkomstig artikel 17 van richtlijn 97/78/EG te behandelen, indien de producten in het derde land worden geweigerd;
vindt het vervoer over Nederlands grondgebied onder douanetoezicht plaats zonder splitsing of lossing van de partij in verzegelde voertuigen of verzegelde containers;
c. indien de producten bestemd zijn voor een derde land, dient te zijn voldaan aan het bepaalde in artikel 3, tweede lid, tweede alinea, van richtlijn 89/662/EEG;
d. de producten mogen geen tekenen van bederf of andere ondeugdelijkheden vertonen;
e. is voldaan aan: 1°. de artikelen 4, eerste, tweede en zesde lid, 8, eerste lid, 9, eerste en derde lid, en 13 van verordening 1829/2003;
2°. de artikelen 4, eerste, tweede, vierde en zesde lid, en 5, eerste en tweede lid, van verordening 1830/2003.
1°. de artikelen 4, eerste, tweede en zesde lid, 8, eerste lid, 9, eerste en derde lid, en 13 van verordening 1829/2003;
2°. de artikelen 4, eerste, tweede, vierde en zesde lid, en 5, eerste en tweede lid, van verordening 1830/2003.
2. Ten aanzien van het vervoer, bedoeld in artikel 9, derde lid, en 10, tweede lid, is het bepaalde in het eerste lid van overeenkomstige toepassing.