BWBR0005601
Geldig vanaf 1992-07-30
Artikel 4
Besluit Commissie van wijze vrouwen en mannen
1. Voor de benoeming tot lid van de commissie komen in aanmerking zij die deskundigheid en kennis van en ervaring met belangrijke terreinen van het ouderenbeleid bezitten, dan wel zij van wie uit anderen hoofde een specifieke inbreng kan worden verwacht.
2. Bij de benoeming van de leden wordt gestreefd naar een evenwichtige verdeling van vrouwen en mannen en wordt voorts rekening gehouden met de verscheidenheid aan geestelijke en maatschappelijke stromingen in Nederland.
2. Bij de benoeming van de leden wordt gestreefd naar een evenwichtige verdeling van vrouwen en mannen en wordt voorts rekening gehouden met de verscheidenheid aan geestelijke en maatschappelijke stromingen in Nederland.